1-guldenstuk






Het 1-guldenstuk of gulden of florijn genoemd is een Nederlandse munt die van halverwege de 13e eeuw tot 28 januari 2002 heeft gecirculeerd. De eerste gulden (betekent "gouden") werd florijn genoemd, naar de Florentijnse lelie uit het wapen van de stad Florence, waar in 1252 de eerste belangrijke gouden munt sinds de Karolingische tijd werd geslagen. Deze munt had op de ene kant een afbeelding van de stadspatroon Sint Jan de Doper en op de andere kant de lelie, het wapen van de stad Florence. Deze munt werd in geheel West-Europa nagebootst, in de Nederlanden voor het eerst door Jan III van Brabant. Daarmee is ook de herkomst verklaard van het altijd gebruikte ƒ-teken voor de gulden. In 1378 kwam de Hollandse gulden van graaf Willem V in omloop. Daarna voerden verschillende vorsten en heersende edellieden hun eigen gulden in, die in het begin bijna allemaal een afbeelding van St. Jan droegen. Alle Nederlandse gewesten, met uitzondering van Groningen, slaan aan het einde van de 15e eeuw hun eigen guldens.
Van 1954-1967 (en van 1959-1966 rijksdaalders) werden er nog zilveren Nederlandse guldens geslagen maar omdat de zilverkoers wereldwijd zo hoog werd moest het muntgeld in Nederland compleet vernikkeld worden, veel Nederlanders hebben veel Nederlands zilvergeld (guldens en rijksdaalders) bewaard.
In 1980 is er een troonswisselingsgulden en een troonswisselingsrijksdaalder uitgegeven die ook wel bekend staan als de 'dubbele koppen'.
In juni 2001 is er nog een speciale allerlaatste gulden uitgebracht, die ook wel de allerlaatste wordt genoemd.
Sinds 28 januari 2002 is de gulden van 1967-2001 geen wettig betaalmiddel meer, in de eerste vijf maanden van 2002 zijn 272 miljoen nikkelen guldens ingeleverd.