Stripverhaal






Het stripverhaal (ook beeldverhaal of comic genoemd) is een van de oudste vormen van literatuur. Een stripverhaal wordt gevormd door een serie van afbeeldingen die een verhaal vormen.
Geschiedenis
Een vroege vorm van het stripverhaal is het Tapijt van Bayeux. Op dit doek werden twee jaar na de slag bij Hastings de gebeurtenissen van deze slag uitgebeeld. Meso-Amerikaanse codices gaven mythologische verhalen weer door middel van een ingewikkeld systeem van afbeeldingen en logogrammen, wat dus min of meer hetzelfde systeem was als in hedendaagse stripverhalen.
Ook de prehistorische afbeeldingen die in grotten zijn gevonden (zie Grotten van Lascaux) kunnen als een vroege vorm van het stripverhaal worden beschouwd hoewel hun ontstaan misschien mede is te danken aan het ontbreken van geschreven taal.
Het moderne stripverhaal ontstond in de 19e eeuw ter verfraaiing van de kranten die toen een sterke opkomst doormaakten.
In het begin van de 20e eeuw verschenen in de Amerikaanse kranten de zogenaamde zondagsbijlagen waarin een aantal verschillende typen strips en verhalen werden gecombineerd. Ook deze waren voornamelijk bedoeld om de omzet te verhogen.
Aan het eind van de dertiger jaren ontstonden in Amerika de eerst eigenlijke comics, goedkope boekjes met daarin fantastische verhalen of avonturen van bepaalde (terugkerende) hoofdfiguren. Het betrof hier voornamelijk de vorm van plaatjes met daarin de zogenaamde tekst-balloons.
In de Tweede Wereldoorlog werd dit medium (de comic) door de Amerikaanse regering gebruikt om bepaalde informatie of goede wenken aan de soldaten in het veld over te brengen.
Na de oorlog ontstond hieruit de Amerikaanse comic-cultuur met verhalen als Superman, The Fantastic Four en vele andere.
In Nederland ontstond al in het eind van de 19e eeuw een soort stripverhaal met plaatjes en daaronder een stuk tekst. Deze stijl zette zich in de 20e eeuw door. Voorbeelden hiervan zijn Tom Poes door Marten Toonder, Kapitein Rob door Pieter Kuhn en Eric de Noorman door Hans G. Kresse. Het oudste bekende stripboek was een kleine uitvouwstrip, die was bedoeld als reclame van een bekende koffiefabrikant.
Na de oorlog ontstond in Frankrijk, België en Nederland een uitgebreide cultuur van stripweek- en maandbladen en als uitvloeisel daarvan de stripboeken. Enkele voorbeelden hiervan zijn Kuifje door Herge en Asterix.
De strip kan ruwweg in een aantal categorieën worden onderverdeeld, die elk populair zijn in een eigen regio:
- een enkel plaatje, al dan niet voorzien van tekst, ook wel cartoon genoemd
- de gag-strip, een (meestal horizontale) strook bestaande uit een of meer plaatjes die een kort verhaal uitbeelden
- de pagina-strip
- een compleet verhaal dat over meerdere pagina's wordt afgebeeld
- het stripboek
Museum
In Brussel bevindt zich het Museum van het Beeldverhaal, dat geheel gewijd is aan het werk van (met name Belgische) striptekenaars en -scenaristen. In het centrum van deze stad vindt men ook enkele muurschilderingen van bekende stripfiguren.
Uitgevers
Amerikaanse uitgevers
- Dark Horse
- DC (vroeger bekend als National;tegenwoordig onderdeel van AOL-Time-Warner)
- Dell (geeft geen comics meer uit)
- EC (nu onderdeel van AOL-Time-Warner)
- Fawcett (geeft geen comics meer uit)
- Image
- Marvel (vroeger ook wel Timely of Atlas geheten)
Europese uitgevers
Stripauteurs
Zie ook: Lijst van stripauteurs
Stripverhalen
Zie ook: Lijst van stripverhalen
Zie ook: Lijst van stripfiguren
Stripbladen
Literatuur over comics
In de loop der jaren zijn er ook in de literatuur veel pagina's gewijd aan het fenomeen comics; zowel fictie als non-fictie. In het eerste genre is in 2001 'De Wonderlijke Avonturen van Kavalier en Clay' ('The Amazing Adventures of Kavalier and Clay') van Pulitzer Prize-winnaar Michael Chabon uitgekomen. Het verhaal gaat over twee jonge mannen die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in de VS hun eigen comic, 'The Escapist', maken.
Zie ook
Externe links