Cubacrisis






Op
22 oktober 1962 kwam de zogeheten
Cuba-crisis in volle openbaarheid toen president
John F. Kennedy van de
Verenigde Staten een felle rede hield waarin hij de ontmanteling eiste van alle Sovjet-raketbases op
Cuba en een blokkade aankondigde op militaire goederen naar dit eiland.
Deze rede werd naar aanleiding van de communistische invloed op Cuba gehouden. Fidel Castro was daar aan de macht gekomen na een gewapende revolutie waarbij hij een verpletterende overwinning behaalde op het wrede regime van dictator Fulgencio Batista.
De VS flankeerde dat dictatoriale regime door een handelsboycot uit te vaardigen tegen Cuba: dat maakte dat Cuba nog meer afhankelijk werd van de Sovjet-Unie. Door de gespannen situatie van de koude oorlog besloot de Sovjet-Unie om in Cuba kernraketten op te stellen, als tegenreactie op de plaatsing van raketten in Italië en Turkije door de VS naar hun land. De VS ondernam nog een poging om Castro omver te werpen door een gecoördineerde aanval, uitgevoerd door de CIA en Cubaanse bannelingen, te lanceren in de Varkensbaai, maar deze mislukte.
Twee dagen later werd deze blokkade van kracht; zondag 28 oktober bleek een keerpunt in de crisis, toen radio Moskou bekendmaakte dat de Sovjet-Unie gevolg zou geven aan de eis van de VS. deze toegeving kwam er na een lange briefwisseling tussen Chroetsjov en Kennedy, waarin niet enkel de vernietiging van de raketbasis in Cuba werd besloten, maar ook de terugtrekking van de raketten gericht op de SU in Italië, Turkije en Groot-Brittannië. Achteraf bleek deze week het meest gevaarlijke moment te zijn geweest in de koude oorlog; de dreiging van een atoomoorlog was toen zeer reëel: beide leiders zaten met hun vinger aan de knop.
Mensen in Nederland bereidden zich voor op een atoomoorlog door water en voedselvoorraden in huis te halen. In België werden er ook maatregelen getroffen.