Gladiator






Gladiatoren (Gladiatores in het Latijn) waren professionele vechters in het oude Romeinse Rijk.
Dit was een van de spectaculairste en toch ook wreedste vormen van volksvermaak in het verder zo beschaafde Romeinse Rijk. De gladiatoren kwamen uit alle delen van het Rijk en dat symboliseerde dus eigenlijk de eenheid van het imperium.
In Rome vonden de eerste spelen al in 264 v. Chr. plaats voor oud-consul Iunius Brutus Pera op het Forum Boarium (koeienmarkt vlakbij het Tibereiland). Deze spelen zijn waarschijnlijk afkomstig van bij de Etrusken. Maar dit is lang niet zeker. Zo bestaan er ook theorieën dat het aanvankelijk lijkspelen waren in Lucanië en Campanië. In Campanïe zouden de dodenoffers dan vervangen zijn door dodelijke gevechten. Het zou ook kunnen dat de Griekse kolonisten hun lijkspelen met dodenoffers in Zuid-Italïe hebben geïntroduceerd. Ze geloofden dat het bloed van de gevangenen kracht aan de overledenen gaf tijdens hun tocht naar de onderwereld en hun ziel reinigde.
Aan de hand van Grieks-Romeinse schrijvers, mozaïeken, wandschilderingen, beeldjes, grafstenen,… kunnen archeologen vandaag de strijdmethoden, de ontstaangeschiedenis, de achtergronden, het dagprogramma, de transporten van dieren uit Voor-Azïe en Noord-Afrika enz. beter bestuderen en begrijpen.
Als gladiator kon je erg beroemd worden. Zo zijn er ook beschrijvingen teruggevonden van gladiators die een recordaantal overwinningen hadden behaald of die gewoon zeer populair waren bij het gewone volk.
De opleiding van de gladiatoren gebeurde in sportscholen, waar men oefende met collega’s, die men nadien misschien doodde. Slechts een kleine minderheid was getrouwd en had kinderen. Vrouwelijke gladiatoren (gladiatrices) bestonden ook, maar kwamen heel weinig voor.
Bij de gladiatoren is er een indeling in categorieën op basis van hun wapen.
- thraex, vocht met een klein, dolkachtig krom zwaardje
- murmillo, had een langer steekzwaard (gladius).
- retiarus, had een net en een drietand.
Na de spelen moesten de lijken en kadavers opgeruimd worden. Gladiatoren kregen meestal een begrafenis, misdadigers en christenen werden gedumpt op afgelegen plekken, in ravijnen of ze werden als voedsel voor de roofdieren gebruikt. Het vlees van de gedode dieren ging naar de arme mensen.
In de vierde eeuw nam de interesse voor de gladiatorenspelen af onder invloed van het christendom en door geldgebrek. Theodosius I verhief in 380 het christendom tot staatsgodsdienst. Op 1 januari 404 sprong de monnik Telemachus tussenbeide tijdens een gladiatorgevecht in het Colosseum, een woedende menigte doodde daarop de man. Snel daarna verbood keizer Honorius man-tegen-mangevechten. In de zesde eeuw werden gevechten van mens tegen dier verboden. De gladiatorenspelen hadden toen ongeveer acht eeuwen bestaan.
Verder lezen
}, Gladiatoren. Volksvermaak in het Colosseum, Amsterdam, 2003.
Externe link