Gloria Macapagal-Arroyo






Gloria Macapagal-Arroyo (5 april 1947) is de huidige president van de Filipijnen. Zij is de dochter van voormalig president Diosdado Macapagal.
Arroyo werd in 1998 to vice-president gekozen en kwam in 2001 aan de macht na de afzetting van president Joseph Estrada door het Filipijnse hooggerechtshof wegens corruptie. In 2004 versloeg Arroyo tijdens de verkiezingen acteur Fernando Poe, Jr.
Vroege levensloop en carrière
Gloria Macapagal werd op 5 april 1947 geboren in San Juan (Metro Manilla). Haar ouders waren Diosdado Macapagal en Evangelina Macaraeg. Haar vader werd gekozen tot president van de Filipijnen toen Gloria 14 jaar oud was en op de Assumption Convent High School zat. In 1964 behaalde ze, als beste van haar klas, haar middelbare school diploma, waarna ze ging studeren aan het Assumption College. Vier jaar later in 1968 studeerde ze daar summa cum laude af als Bachelor in de economie.
In datzelfde jaar trouwde Gloria Macapagal met Jose Miguel Arroyo. Samen met haar man kreeg ze drie kinderen. Juan Miguel (1969), Evangelina Lourdes (1971) en Diosdado Ignacio Jose Maria (1974).
In 1978 behaalde Gloria Macapagal-Arroyo haar Masters diploma in de economie aan de Ateneo de Manilla, waarna ze in 1985 doctor in de economie werd aan de University of the Philippines.
Rond deze tijd deed Gloria Macapagal-Arroyo ook haar intrede in de Filipijnse politiek. In 1986 werd ze door de toenmalige president Corazon Aquino benoemd tot onder-minister van Handel en Industrie. In 1992 wordt ze gekozen in het senaat. In 1996 werd ze daarin herkozen met een record aantal van 16 miljoen stemmen.
In 1998 werd Gloria Macapagal-Arroyo door Fidel Ramos overgehaald om zich kandidaat te stellen voor de functie van vice-president van de Filipijnen namens de partij Lakas-CMD. De kandidaat voor het presidentschap van Lakas-CMD was Jose de Venecia. Jose de Venecia moest het afleggen tegen de populaire Joseph Estrada, maar Gloria Macapagal-Arroyo won de verkiezing tot vice-president met een record aantal van 13 miljoen stemmen. Ze werd door Joseph Estrada benoemd tot minister van Sociale Zekerheid en Ontwikkeling, wat ze bleef totdat ze op 12 oktober 2001 ontslag nam uit het kabinet, nadat president Estrada beschuldigd werd van corruptie.
Presidentsschap
Eerste termijn (2001 - 2004)
Op 20 januari 2001 na dagenlange politieke onrust en publieke protesten in de straten van Manilla protesten werd president Joseph Estrada afgezet door het Filipijnse hooggerechtshof. Diezelfde dag nog, werd Gloria Macapacal-Arroyo beëdigd als president.
Ondanks het feit dat de beslissing om Estrada af te zetten door het hooggerechtshof genomen was, bleef het presidentschap van Arroyo in de Filipijnen omstreden. In haar eerste termijn werd ze voortdurend achtervolgd door vragen naar de wettigheid van haar presidentschap, opstanden tegen haar bewind en een corruptieschandaal.
Op 1 mei 2001 protesteerden duizenden aanhangers van Joseph Estrada - de voormalig president - bij het presidentiële paleis in een poging om Joseph Estrada vrij en opnieuw als president aangesteld te krijgen. Gloria Macapagal-Arroyo liet diverse protestanten arresteren en slaagde er zo in om de oproer de kop in te drukken.
Twee jaar later, op 27 juli 2003, kreeg Gloria Macapagal-Arroyo opnieuw te maken met een opstand tegen haar bewind. Een groep jonge officieren en hun aanhangers verschansten zich in een hotel en winkelcentrum in het handelscentrum van Makati City in Metro Manilla. Ook deze opstand werd snel beëindigd onder druk van de dreiging tot inzetten van geweld door het Filipijnse leger. Er wordt beweerd dat er connecties bestonden tussen de opstandelingen en het 'Estrada kamp'. De speciaal ingestelde onderzoekscommissie heeft dit echter nooit kunnen bewijzen.
In augustus 2003 werd bovendien Jose Miguel, de echtgenoot van Gloria Macapagal-Arroyo, door Senator Panfilo Lacson aangeklaagd wegens corruptie. De senator beweerde dat Jose Miguel geld uit campagnefondsen had weggesluisd. Deze beschuldigingen zijn echter nooit bewezen.
Tweede termijn (vanaf 2004)
Ondanks het feit dat Gloria Macapagal-Arroyo in 2002 had verklaard zich niet verkiesbaar te stellen voor een nieuwe termijn als president besloot ze zich, toen de verkiezingen naderden, toch kandidaat te stellen. Deze plotselinge ommezwaai zorgde voor een daling van haar populariteit.
De belangrijkste tegenstander van Gloria Macapagal-Arroyo in de verkiezingen van 2004 was de populaire acteur en goede vriend van Joseph Estrada, Fernando Poe Jr.. Hoewel de peilingen aan het begin van de verkiezingen nog uitwezen dat Fernando Poe de meeste stemmen zou krijgen, was het uiteindelijk toch Gloria Macapagal-Arroyo die met een marge van meer dan een miljoen stemmen de strijd won.
De overwinning van Gloria Macapagal-Arroyo werd overschaduwd door beschuldigingen dat geld uit publieke fondsen was gebruikt ter ondersteuning haar campagne. Daarnaast werd Gloria Macapagal-Arroyo door haar rivalen ook beschuldigd van het gebruik maken van illegale middelen om de verkiezingen te winnen. Hoewel tijdens de verkiezingen wel kleine onvolkomenheden ontdekt werden, zijn beide beschuldigingen nooit bewezen.
Gloria Macapagal-Arroyo werd op 30 juni 2004 geïnaugureerd voor haar tweede termijn als president van de Filipijnen tijdens een ceremonie in Cebu.
In 2005 werd Gloria Macapagal-Arroyo opnieuw beschuldigd van het beïnvloeden van de uitkomst van de verkiezingen van 2004. De druk op Gloria Macapagal-Arroyo om af te treden nam in deze periode toe. Op 8 juli 2005 traden tien leden van het kabinet van Gloria Macapagal-Arroyo af, waarbij deze leden haar verzochten hetzelfde te doen. Ook voormalige bondgenoten als de Liberal Party en voormalig president Corazon Aquino riepen haar op om af te treden. Fidel Ramos, een andere voormalige president bleef haar juist steunen en stelde voor om de staatsinrichting van de Filipijnen te wijzigen naar een vorm waarbij het Filipijnse parlement meer macht zou krijgen ten koste van de president.
In september 2005 stemde het Huis van Afgevaardigden met grote meerderheid tegen het voorstel om een afzettingsprocedure tegen haar te gaan beginnen. Ondanks deze tegenstem en een groei van de economie in de laatste jaren blijft de druk op Gloria Macapagal-Arroyo om af te treden groot als gevolg van de regelmatig terugkerende protesten in de straten van Manilla en kritiek in diverse media.