Internet






Een internet is een netwerk van
computernetwerken. Een computernetwerk is over het algemeen alleen beschikbaar binnen een organisatie of gebouw, een beperking die opgeheven wordt door een internet. Om een internet goed te laten werken is het nodig om afspraken te maken over
protocollen. Een bijna universeel gebruikt protocol is het zogenaamde
Internet Protocol (IP). Computers in verschillende computernetwerken kunnen dankzij die afspraken met elkaar communiceren.
Het internet is een groot openbaar netwerk van computernetwerken, waarbij de afspraken worden beschreven in de Requests For Comments die worden beheerd door de Internet Engineering Task Force. De oorsprong van het internet is te vinden in ARPANET, een in 1969 gestart netwerk van militaire netwerken, en later ook universiteitsnetwerken, in de Verenigde Staten. Inmiddels is het internet een wereldomvattend fenomeen dat het karakter van een massamedium heeft gekregen. Het volledige internet is eigenlijk eigendom van niemand, de fysieke onderdelen hebben wel degelijk een eigenaar. De naam internet is een afkorting voor Interconnected Networks. De Heilige Isidorus van Sevilla is de beschermheilige van het internet.
In het dagelijkse spraakgebruik is internet vaak een synoniem voor het World Wide Web, maar dat is slechts één van de vele diensten die kunnen worden gebruikt via het Internet. Andere bekende diensten zijn e-mail, FTP en usenet.
Lange tijd is in ieder geval in technische literatuur een onderscheid gemaakt tussen een internet en het Internet, waarbij het wereldwijde netwerk telkens met een hoofdletter werd geschreven. Vanaf het uitkomen van het Groene Boekje van oktober 2005 kan internet echter in het Nederlands in alle gevallen zonder hoofdletter worden geschreven.
Geboorte van het internet
Zie ook: Geschiedenis van het internet
Internet is begonnen als een aantal aan elkaar gekoppelde netwerken onder de naam ARPANET. Binnen ARPANET werden onderzoeksbijdragen opgenomen op het gebied van gedecentraliseerde netwerken, wachtrijtheorie en packet-switching. Op 1 januari 1983 stapte ARPANET over van NCP naar TCP/IP als netwerkprotocol, en daarmee was de geboorte van het internet in haar huidige technische vorm een feit.
Internet werd door het grote publiek ontdekt in de jaren 1990. In augustus 1991 publiceerde Tim Berners-Lee zijn World Wide Web-project, nadat hij enige jaren had gewerkt aan HTTP en HTML. De eerste webpagina's verschenen bij CERN in Zwitserland. Enkele academische en overheidsorganisaties maakten ook webpagina's. In 1993 werd de Mosaic-webbrowser gepubliceerd, en aan het einde van 1994 werd een groeiende belangstelling voor internet merkbaar. In 1996 was het internet algemeen bekend bij het grote publiek, maar werd over het algemeen gebruikt als synoniem voor het World Wide Web..
Het huidige internet
Afgezien van de complexe fysieke verbindingen die de infrastructuur van internet vormen, wordt het internet bij elkaar gehouden door bi- en multilaterale commerciële contracten zoals peeringovereenkomsten en de technische standaarden die de te gebruiken protocollen beschrijven.
In tegenstelling tot oudere communicatieprotocollen is de set van protocollen die het internet gebruikt zoveel mogelijk onafhankelijk van het gebruikte fysieke medium. Hierdoor kan bijvoorbeeld TCP/IP-communicatie plaatsvinden over glasvezel-, koper- en radioverbindingen.
De protocollen worden vastgesteld door de Internet Engineering Taskforce (IETF). De protocollen komen tot stand via een publieke discussie. De IETF legt standaarden vast in documenten die RFC's worden genoemd. Sommige van deze worden door de Internet Architecture Board (IAB) verheven tot internetstandaard.
De meest gebruikte protocollen binnen internet zijn op dit moment IP, TCP, UDP, DNS, PPP, SLIP, ICMP, POP3, IMAP, SMTP, HTTP, HTTPS, SSH, Telnet, FTP, LDAP, SSL en TLS.
Populaire diensten die gebruik maken van de hiervoor genoemde protocollen zijn bijvoorbeeld e-mail, Usenet, het World Wide Web, Gopher, IRC en MUD. Van deze diensten worden e-mail en het World Wide Web het meest gebruikt. Andere diensten bouwen hierop voort, zoals bijvoorbeeld mailinglijsten en weblogs. e-mail en Usenet zijn echter niet toegangsafhankelijk van de bovenstaande protocollen, je kan deze ook via andere netwerkprotocollen bereiken..
Andere populaire diensten zijn van oorsprong bedrijfseigen ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn ICQ en Gnutella.
Slechte kanten van internet
Ongelimiteerde vernetwerking van computers heeft ook zijn negatieve kanten: via de verbindingen kunnen virussen zich verspreiden en kan spyware gemakkelijk geïnstalleerd worden. Persoonlijke gegevens zijn vaak slecht beveiligd en daarmee gemakkelijk toegankelijk voor onbevoegden, hetgeen consequenties heeft voor de privacy van individuen.
Ook geeft het internet een gevoel van anonimiteit, wat voor sommige sommige mensen aanleiding is om extremer te reageren dan anders. Net als in de fysieke wereld heeft internet ook last van vandalisme. Een goed voorbeeld van dit laatste zijn de "scriptkiddies".
Gerelateerde onderwerpen
Geschiedenis
Theorie / algemeen
Internetdiensten
Aangeboden via internet maar niet per se onderdeel van een internetdienst:
Gebruik
Externe links
Schrijfwijze
Geschiedenis
Sociologie