Koude Oorlog






De
Koude Oorlog was een periode van gewapende vrede tussen het Oostblok en het Westblok in de tweede helft van de
20e eeuw. Het
kapitalistische Westerse blok, inclusief
Nederland en
België, werd geleid door de
Verenigde Staten (VS). Het
communistische Oostblok stond onder leiding van de
Sovjet-Unie (USSR).
Vóór de koude oorlog
Verschil in ideologie
De koude oorlog ontstond doordat twee machtsblokken, met twee verschillende ideologieën, lijnrecht tegenover elkaar stonden.
De wortels van het conflict lagen in de 19e eeuw, toen de Duitse filosoof en econoom Karl Marx (1818 — 1883) postuleerde dat het kapitalistische systeem op een gegeven moment moest overgaan in het communisme: een klasseloos systeem, waarbij iedereen gelijk was. Alleen zo zou het verschil tussen de kleine elite van rijke fabrieksbezitters en de grote groep arme arbeiders kunnen worden opgeheven. Alles zou van iedereen zijn: privaat bezit moest worden afgeschaft.
Toen in 1917 in het tsaristische Rusland de Oktoberrevolutie plaatsvond, werd daar inderdaad een communistische staat gesticht. Deze Sovjet-Unie of USSR omvatte op haar hoogtepunt vijftien republieken, met Rusland als grootste en verreweg machtigste. Vanuit Moskou werd het beleid bepaald. Hiertegenover stond het democratische en kapitalistische Westen, doorgaans gedefinieerd als de Verenigde Staten, Canada en de westelijke landen van Europa.
Het communistische en het democratische blok verschilden scherp van inzicht over de vraag hoe een staat ingericht zou moeten worden. Het vrijemarktdenken stond tegenover de communisme opvatting, de democratische bestuursvorm tegenover een autoritaire. Tekenend voor de koele relatie was dat de Verenigde Staten pas in 1933 politieke relaties aanging met de Sovjet-Unie.
Tweede Wereldoorlog: militair
Gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) verbeterde de relatie tussen de VS en de USSR. Met Groot-Brittannië en andere Europese geallieerden waren zij bondgenoten in de strijd tegen Nazi-Duitsland.
De Britten en Amerikanen waren door de Japanse aanval op Pearl Harbor bij de Tweede Wereldoorlog betrokken geraakt. Inmiddels waren de Duitsers Rusland binnengevallen. De kentering in de strijd tussen de Duitsers en de Russen kwam in augustus 1942, bij de Slag om Stalingrad. Vanaf dat moment heroverde de USSR grote delen van haar grondgebied, bevrijdde grote stukken van Oost-Europa en bezette het oosten van Duitsland en een deel van Berlijn.
Na de geallieerde invasie in Normandië op D-Day (6 juni 1944), werden ook grote delen van West-Europa bevrijd en werd het westelijke gedeelte van Duitsland bezet.
Tweede Wereldoorlog: politiek
Het communisme was onverenigbaar met het nationaal-socialisme van Adolf Hitler, en de haat tussen Nazi's en communisten was vele malen groter dan die tussen communisten en democraten. Maar beide zagen in het nazi-regime een gezamenlijke vijand, die koste wat het kostte bestreden moest worden.
Op 8 februari 1945, toen duidelijk was geworden dat de Tweede Wereldoorlog zijn laatste fase inging en door de geallieerden gewonnen zou worden, vond in Oekraïne de Conferentie van Jalta plaats. Hier bespraken de drie leiders van de grootste machten, Winston Churchill (Verenigd Koninkrijk), Franklin Roosevelt (VS) en Jozef Stalin (USSR) de situatie die na afloop van de oorlog zou ontstaan. Reeds tijdens de conferentie bestond er wrijving tussen de deelnemers, en na de Tweede Wereldoorlog verslechterde de verstandhouding en groeide het wantrouwen tussen Oost en West. Vrijwel direct na afloop van de werkelijke oorlog was de koude oorlog een feit.
IJzeren gordijn: begin van de koude oorlog
Potsdam
Nadat in Europa de Tweede Wereldoorlog op 8 mei 1945 was geeindigd, werd er in de zomer van dat jaar tussen de drie landen een nieuwe conferentie gehouden, ditmaal in de Duitse stad Potsdam. President Harry S. Truman verving de inmiddels overleden Roosevelt. Churchill nam aanvankelijk wel deel, maar werd na de politieke overwinning van de Labour-partij vervangen door Clement Attlee.
Splitsing van Duitsland
Op deze conferentie werd onder andere bevestigd dat Duitsland werd opgedeeld in vier delen: een door Frankrijk bezet deel, een Brits en een Amerikaans gedeelte: deze drie zouden uiteindelijk de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) vormen. Het vierde deel kwam onder Russische overheersing, en werd ten slotte de Duitse Democratische Republiek (DDR). Eenzelfde verdeling zou ook gelden voor de stad Berlijn, die in vier zones werd opgesplitst.
Atoombom
Ook al hadden zij samen gestreden tegen het Nazi-regime, toch heerste er wantrouwen tussen het Westerse en het Russische kamp. Truman stelde Stalin ervan op de hoogte dat de Amerikanen over de atoombom beschikten, het wapen waarmee Japan niet veel later tot capitulatie werd gedwongen. Maar behalve om de Tweede Wereldoorlog ook in Oost-Azië tot een einde te brengen, was het gebruik van de atoombom toen ook bedoeld om de Sovjet-Unie te laten zien waartoe de Verenigde Staten in militair opzicht in staat was. De bom had dus ook een afschrikwekkend effect.
Twee blokken
Stalin had inmiddels in de Oost-Europese landen die veroverd waren op Duitsland, regeringen geplaatst met een communistische signatuur. Dit was in strijd met de afspraken die gemaakt waren tijdens de Conferentie van Jalta. De Sovjets zouden zich namelijk terugtrekken uit de gebieden die zij tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden bezet.
Om tegenover het aldus ontstane Oostblok een Westblok te stellen, riep de Verenigde Staten in 1947 het Marshallplan in het leven. Dit was een hulpprogramma, bedacht door de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall, om de democratische landen van Europa de mogelijkheid te bieden tot economisch herstel.
Het Marshallplan had dus een tweeledig doel: economische hulp te bieden aan het westen van Europa, en het af te schermen tegen het communisme. Vlak na de Tweede Wereldoorlog hadden communistische partijen in West-Europa, zoals in Nederland de CPN, nog een relatief grote invloed in de parlementen. De Verenigde Staten steunde de democratische landen om het gevaar tegen te gaan dat door een domino-effect alle landen in Europa communistisch zouden worden. Hierdoor zou de Sovjet-Unie immers heel Europa zijn gaan beheersen en daarmee een nog groter blok hebben gevormd tegenover de Verenigde Staten.
IJzeren Gordijn
Door deze ontwikkelingen werd Europa gesplitst in een westelijk gedeelte dat door de Verenigde Staten beïnvloed werd, en een oostelijk deel onder invloed van de Sovjet-Unie. De Engelse premier Winston Churchill sprak al snel over een "IJzeren Gordijn". Dit IJzeren Gordijn liep langs de grens tussen West-Duitsland en Oost-Duitsland, en werd voortgezet langs de grens tussen Italië en het toenmalige Joegoslavië. In de loop van de tijd werd het voor personen steeds moeilijker om deze grens te passeren, en werden er aan beide kanten strenge en langdurige douanecontroles gehouden.
Containment-politiek
Het Marshall-plan maakte deel uit van de Amerikaanse containment-politiek, waarvan het IJzeren Gordijn weer een uitvloeisel was.
Het grote bezwaar dat veel westerlingen tegen het communisme hadden, was dat zij geloofden in het principe dat de mens een vrije wil heeft. Daarbij meenden ze dat de mens altijd het begrip bezit heeft gekend, dat dat van nature zo gegroeid was, en dat het daarom niet logisch was om zoiets geforceerd te laten veranderen, zoals het communisme deed.
Een andere reden van de containment-politiek was de angst voor de USSR. Inmiddels was de Sovjet-Unie uitgegroeid tot een wereldmacht wier technologische ontwikkeling nauwelijks meer onderdeed voor de Amerikaanse. Sterker nog, de Sovjet-Unie was het eerste land dat erin slaagde een object (de Spoetnik, 1957) en later een mens (Yuri Gagarin, 1961) in een baan rond de aarde te brengen.
McCarthy
Maar de spanningen waren al eerder opgelopen. De Amerikaanse senator Joseph McCarthy had tegen de Amerikaanse communisten acties ontketend, die hun climax bereikten in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Er werd in deze periode in de VS een ware heksenjacht geopend tegen iedereen die maar enigszins communistisch was, of daarvan werd verdacht.
Goelags
De USSR nam vergelijkbare maatregelen om zichzelf te beschermen tegen democratische en andere anti-communistische elementen. Onder Stalin werden al in de jaren 30 werkkampen (goelags) gesticht, waarheen mensen werden verbannen die een gevaar vormden voor het communisme. Deze goelags zijn goed te vergelijken met de concentratiekampen uit Nazi-Duitsland en lagen in afgelegen gebieden, zoals het koude Siberië. Vele Duitse oorlogsmisdadigers, soldaten uit de Tweede Wereldoorlog alsook personen die zich openlijk uitspraken tegen het communisme, werden opgesloten in deze kampen en vonden veelal de dood.
NAVO en Warschau-Pact
De geschiedenis heeft altijd allianties gekend. Zo'n alliantie is een verbond tussen twee of meer landen, veelal met het doel elkaar militair bij te staan. Na de alliantie tussen de VS, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er uiteindelijk twee nieuwe militaire verdragen gesloten: een voor het Westblok, een voor het Oostblok.
Verdrag van Brussel
Europa wilde een eigen defensiepolitiek voeren, hetgeen in 1948 leidde tot het Verdrag van Brussel. Paul-Henri Spaak was de bezielende kracht achter dit verdrag, waarbij werd overeengekomen dat de bondgenoten zouden ingrijpen als een van de deelnemende landen bedreigd werd. Het verdrag werd door de Verenigde Staten echter als te sterk gezien en bood te weinig garanties voor een blijvende Angelsaksische invloedssfeer.
NAVO
Daarom werd er samen met Groot-Brittannië druk onderhandeld over een nieuw bondgenootschap, de latere NAVO. Ook dit voorzag in hulp als een van de deelnemende staten bedreigd werd (artikel 5 van het verdrag). Spaak werd later secretaris-generaal van deze organisatie, als compensatie voor de ontbinding van het Verdrag van Brussel.
Op 4 april 1949 richtten de Verenigde Staten, Canada en een tiental West-Europese staten de Noord-Atlantische Verdrags-Organisatie (NAVO) op. Een van de belangrijkste punten is het principe dat men gezamenlijk zal optreden als een van de lidstaten door een vijand wordt aangevallen. Tegelijk was de NAVO echter een waarborg voor stabiliteit binnen West-Europa, waar grote machten elkaar in de loop van de geschiedenis steeds in een wankel evenwicht hadden gehouden.
Met die vijand werd tijdens de Koude Oorlog uiteraard de Sovjet-Unie bedoeld. Later werd de NAVO uitgebreid met nog andere West-Europese landen. Na de Koude Oorlog kwam daar zelfs nog een aantal Oost-Europese landen bij.
Warschau-Pact
Het Oostblok op zijn beurt richtte het Warschau-Pact op, dat op 14 mei 1955 in Warschau werd getekend door de Sovjet-Unie en alle communistische landen van Europa, behalve Joegoslavië. Dit militaire verdrag was vergelijkbaar met de NAVO. Leonid Brezjnev, de Sovjet-leider in de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw, formuleerde als uitgangspunt dat een land dat zich vijandig gedroeg tegen het communisme, bestraft moest worden door het hele Warschau-Pact. Deze Brezjnev-doctrine werd realiteit in 1968, toen de Praagse Lente werd beëindigd met een inval in Tsjechoslowakije, en opnieuw bij de invasie in Afghanistan in 1979.
Tot aan het einde van de Koude Oorlog is het nooit tot een militaire confrontatie gekomen tussen de NAVO en het Warschau-Pact.
Conflicten
Er is nooit direct gevochten tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zelf. Wel was er strijd tussen beide machtsblokken, maar altijd indirect, zoals in Korea, Vietnam, Cuba en Afghanistan.
Korea
In Korea was er na de Tweede Wereldoorlog een tweedeling ontstaan. De Sovjets hadden het noordelijke deel bezet, de Verenigde Staten het zuidelijke. Toen de bezettingsmachten zich terugtrokken, kwam er in Noord-Korea een communistische regime aan de macht, terwijl Zuid-Korea een democratisch bestuur kreeg.
Het verenigen van beide Korea's leek hierdoor een onmogelijke zaak. Noord-Korea werd meer gesteund door de Sovjet-Unie dan Zuid-Korea door de VS, en de Noord-Koreaanse leider Kim Il-Sung besloot tot het veroveren van Zuid-Korea. Dit leidde bijna tot de gehele verovering van Zuid-Korea. De Koreaanse oorlog was begonnen.
De Amerikanen werden hierdoor verrast, en diplomatiek en militair ingrijpen bleef niet uit. Mede op grond van goedkeuring van de VN (De USSR boycotte de stemming in de Veiligheidsraad) en het inzetten van VN-troepen, werd Zuid-Korea en een gedeelte van Noord-Korea heroverd. De zuidelijke troepen werden echter weer teruggedrongen door het communistische China, dat grenst aan Noord-Korea. Toen China zich in het conflict mengde, overwoog President Truman om een nucleaire bom tegen dat te gebruiken; het gevolg zou een wereldwijde nucleaire oorlog zijn geweest.
Die bleef echter uit en na drie jaar oorlog werd er een wapenstilstand gesloten. Korea werd langs de 38ste breedtegraad opgesplitst in Noord- en Zuid-Korea.
Cuba
Het volgende conflict, de Cuba-crisis, ontstond doordat het eiland Cuba na een guerrillaoorlog communistisch was geworden. Fidel Castro voerde nu het bewind en zijn beleid werd voor een groot gedeelte financieel gesteund door de Sovjet-Unie. Het was de Verenigde Staten een doorn in het oog dat het eiland, dat dichtbij Florida en andere zuidelijke staten van de VS ligt, en voorheen een belangrijke economische partner voor de Amerikanen was, nu communistisch was.
Toen Castro Amerikaanse bedrijven, zoals raffinaderijen, ging bezetten, kon de VS dit regime al helemaal niet meer negeren. De VS wierp brandbommen af op de Cubaanse suikerrietvelden, en bereidde in 1961 zelfs een invasie voor in de Varkensbaai, met als doel het regime omver te werpen. De 1500 man die voor deze invasie waren gemobiliseerd, bestond voornamelijk uit Cubanen die na de communistische machtsovername naar de VS gevlucht waren. Hoewel deze 1500 "soldaten" getraind waren door de CIA, mislukte de interventie.
De USSR reageerde hierop door schepen te zenden met aan boord kernraketten, die op het eiland zouden worden gestationeerd. Toen dit aan het licht kwam, hield de Amerikaanse President John F. Kennedy een felle rede waarin hij de onmiddellijke ontmanteling van alle kernraketten eiste. De leider van de USSR, Chroetsjov, was bereid aan deze eis gehoor te geven, op voorwaarde dat VS beloofde Cuba niet meer aan te vallen. In het geheim werd ook overeengekomen dat de VS zijn raketten in Turkije, die op Rusland waren gericht, zou weghalen.
Zo bleef Cuba communistisch en was een kernoorlog afgewend. Achteraf bleek dat de wereld nooit zo dicht bij een nucleaire oorlog was geweest. Om zulke problemen te voorkomen werd er een rechtstreekse telexlijn tussen Washington en Moskou gelegd.
Vietnam
De oude Franse kolonie Indo-China was in 1954 in drieën gesplitst: Laos, Cambodja en Vietnam. Vietnam werd op zijn beurt weer verdeeld in een communistisch Noord-Vietnam en een keizerrijk Zuid-Vietnam. Verkiezingen in een verenigd Vietnam waren gepland, maar Zuid-Vietnam en de VS lieten deze niet doorgaan uit angst voor een communistische overwinning.
Zuid-Vietnam werd hierop echter voortdurend geplaagd door communistische guerrilla's: de Vietcong. De Amerikanen investeerden steeds meer financiële hulp in het land, en begonnen ook hulptroepen te sturen. Uiteindelijk zwollen die aan tot 550.000 man, terwijl ook Noord-Vietnam gebombardeerd werd. Andere communistische landen verleenden wel enige steun aan dat land, maar vonden Vietnam toch de moeite niet waard om de relatie met het Westen te verstoren.
Hoewel de Amerikanen dus de vrije hand werd gelaten, slaagden zij er niet in de oorlog te winnen. Van iedere tien soldaten kon er maar één daadwerkelijk bij de gevechten worden ingezet: de overigen waren nodig voor ondersteundende taken. Bovendien waren de Amerikanen niet ingesteld op junglegevechten, terwijl de Vietnamezen zich in het hun vertrouwde oerwoud verscholen en zelfs de Amerikanen vanuit een tunnelstelsel aanvielen. De VS nam zijn toevlucht tot zware middelen: napalm en ontbladeringsmiddelen werden ingezet, maar zonder succes.
Na het Tet-offensief van 1968 moest de VS terugtrekken. In 1975 werd Zuid-Vietnam onder de voet gelopen door de noordelijke troepen, en in 1976 werd de Socialistische Republiek Vietnam uitgeroepen. Dit leek een overwinning voor het gehele communistische blok, maar uiteindelijk bleek dat Vietnam vooral zijn eigen koers voer, en dat het Vietnamese communisme sterk nationalistische kenmerken had.
Afghanistan
Afghanistan is eeuwenlang een grensgebied geweest tussen Voor-Indië en de noordelijker gelegen rijken, en het heeft een lange geschiedenis van conflicten gekend.
Het meest recente begon toen de linkse Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA) aan de macht kwam. De leiding van het land kwam in handen van een links gezinde revolutionaire raad onder leiding van Nur Mohammed Taraki, die nauwe banden onderhield met de Sovjet-Unie en fel stelling nam tegen een rurale interpretatie van de islam. Dit leidde echter tot een tegenreactie onder de islamitische bevolking; islamitische strijders begonnen een gewapende strijd tegen het Afghaanse DVPA-bewind.
Het regime-Taraki dreigde zijn greep op het land te verliezen, en in 1978 werd de macht overgenomen door Hafizollah Amin, die zich enigszins van de Sovjet-Unie begon te distantiëren. Taraki werd in augustus 1979 vermoord. Enkele maanden later, op 27 december 1979, deed zich opnieuw een incident voor: een kapitein behorende tot de Pashtun-bevolking zou zes Sovjet-adviseurs hebben gedood. De Sovjets, die al een inval in Afghanistan hadden voorbereid, legden dat plan nu ten uitvoer.
President Amin kwam daarbij om het leven. Hij werd opgevolgd door Babrak Karmal. In 1981 bevonden zich circa 100.000 Sovjettroepen in Afghanistan. Verschillende islamitische moedjahedin-groeperingen (moedjahedin betekent strijders) bevochten met westerse en Pakistaanse steun de Sovjetbezetters.
In februari 1989 trokken de Sovjettroepen zich na lang, moeizaam onderhandelen en onder grote interne en externe druk terug. De oorlog had in totaal aan circa 1,5 miljoen mensen het leven gekost en circa vijf miljoen Afghanen op de vlucht gejaagd, met name naar de buurlanden Pakistan en Iran. Velen, onder wie Hezb-i-Islami-leider Gulbuddin Hekmatyar, hadden al voor de Sovjet-invasie in 1979 hun toevlucht gezocht in Pakistan. Het communistische bewind onder Muhammad Nadjiboellah, dat door de Sovjet-Unie in het zadel was gezet, hield nog tot april 1992 stand.
Ontspanningsperiode
Inmiddels had zich tussen 1969 en 1975 een periode van ontspanning voorgedaan. Sovjet-leider Breznjev was voorstander van zo'n detente, en de Amerikaanse president Richard Nixon was het met hem eens. Nixon bezocht zowel China als de Sovjet-Unie, en de dooi leek een feit.
Toen President Nixon echter tot aftreden werd gedwongen om het Watergate-schandaal, kwam ook aan de ontspanning een einde.
De Berlijnse muur
Tweedeling
Na de Tweede Wereldoorlog moest het grotendeels verwoeste Duitsland weer opgebouwd worden. De vier bezettende machten konden het niet eens worden over de invoering van een Duitse munteenheid, en dit leidde tot de definitieve opsplitsing van het land in de Duitse Bondsrepubliek in het Westen en de DDR in het Oosten.
In 1949 werd Oost-Berlijn de hoofdstad van de DDR, terwijl de BRD Bonn tot hoofdstad kreeg.
Hoewel West-Berlijn werd omringd door Oost-Duits gebied, was dit deel in handen van de Amerikanen, de Engelsen en de Fransen, en het ging deel uitmaken van de nieuwe BRD.
De Sovjets wilden de invloed van West-Berlijn zo veel mogelijk indammen en hadden het liefst dat de enclave samengevoegd werd met Oost-Berlijn. In deze opzet slaagden zij niet. De Verenigde Staten onderhield met een luchtbrug die het stadsdeel voorzag van voedsel en andere hulpgoederen. Ondanks de blokkade bleef West-Berlijn democratisch en begon het zich te ontwikkelen tot een moderne stad.
Vluchtelingen
Oost-Duitsland en Oost-Berlijn waren voor westerlingen niet of nauwelijks toegankelijk, ook niet vanuit West-Berlijn. Omgekeerd was het voor Oost-Duitsers juist vrij gemakkelijk om West-Berlijn binnen te komen, en van daaruit het vliegtuig te nemen naar de Westerse wereld. Honderdduizenden Oost-Duitsers ontvluchtten zo het regime van de DDR en zochten hun heil in de BRD of in andere Westerse staten.
Om de leegloop tegen te gaan, begonnen de Oost-Duitsers in 1961 met de bouw van een muur rond heel West-Berlijn, zodat dit stadsdeel nog meer geïsoleerd raakte. Er waren nog maar twaalf grensovergangen naar Oost-Duitsland (zie LINK).
Val van de muur
Op 9 november 1989 viel de muur: het verzwakte Oost-Duitse bewind was niet langer in staat hem in stand te houden. De druk op het communistische regime werd groter, met als gevolg dat West- en Oost-Berlijn werden herenigd. De tweedeling had 38 jaar geduurd. De hereniging werd groots gevierd met concerten door Leonard Bernstein en Roger Waters, de voormalige zanger van de popgroep Pink Floyd (bekend van het album The Wall).
Een jaar later werd geheel Duitsland herenigd; het vormde opnieuw één staat.
Einde van de USSR
De val van de muur luidde het einde van de Koude Oorlog in. De opheffing van de Sovjet-Unie op 26 december 1991 wordt wel gezien als het daadwerkelijke einde. Op die dag riep Boris Jeltsin de Russische Republiek uit en werd de president van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov, afgezet. Vervolgens verlieten een groot aantal communistische landen het systeem en werden kapitalistische staten naar Westers model.
Wapen- en ruimtevaartwedloop
Tijdens de gehele Koude Oorlog was er aan beide kanten een voortdurende - en zeer dure - opbouw van de strijdmachten. Men moet zich dat echter vooral niet zó voorstellen dat één van beide partijen serieus probeerde een militair overwicht te bereiken. Bij de Sovjet-Unie kwam na de dood van Stalin de feitelijke macht in handen van grote industriële complexen, die voornamelijk hun eigen deelbelangen nastreefden - en hun belang was het tot zich trekken van een zo groot mogelijk deel van de beschikbare arbeidskracht en grondstoffen. Ook de wapenindustrie liet zich zo weinig gelegen liggen aan de reële behoeften van de strijdkrachten; de vaak zeer grote inventiviteit van de wapeningenieurs kon het vaak niet bolwerken tegen de beroerde productiekwaliteit. Op deze dus primair autonome ontwikkeling volgde het Westen door de conventionele krachten te blijven versterken: voldoende om een Sovjetaanval te kunnen opvangen, onvoldoende om zelf een bedreiging te gaan vormen. Daarbij moet men bedenken naar huidig inzicht bij gelijke gevechtskwaliteit voor een succesvolle aanval een numeriek overwicht van minstens vijf op één vereist is - voor het gehele front wel te verstaan. Het Pact van Warschau bereikte op z'n best een numeriek overwicht van drie op één - en dus nooit een conventioneel overwicht in tactische zin. Het is dus feitelijk onjuist te stellen dat tactische kernwapens dienden om een conventionele onevenwichtigheid te compenseren; hun doel was een kernaanval van de vijand af te schrikken (de doctrine van de Flexible Response). Wel werden in het begin strategische kernwapens gezien als afschrikking tegen iedere vorm van oorlog; later streefden de USA slechts naar nucleaire pariteit. De enige uitzondering voor dit algehele evenwicht tussen beide blokken werd gevormd door het overwicht van de NAVO op zee; voor de vrijwel autarke Sovjet-Unie was dat van weinig belang, voor het van olieaanvoer afhankelijke Westen cruciaal.
De Koude Oorlog en de daarmee gepaard gaande rivaliteit was decennialang een enorme katalysator voor verschillende industriëen zoals de wapenindustrie en de ruimtevaart. Sommige analisten beweren dat na de Koude Oorlog een grote drijfveer voor de wapenindustrie en het 'vertrouwde' van een grote, bekende vijand verdwenen was, en menen dat daarom de oorlog tegen het terrorisme als vervanger in het leven is geroepen.
Nevenverschijnselen
Op politiek en militair gebied beheerste de Koude Oorlog de gehele wereld tot het begin van de jaren 90. Maar ook op andere gebieden, zoals cultuur, sport en film bleef de Koude Oorlog een belangrijk thema en inspiratiebron.
Cultuur
Zo werd bijvoorbeeld de bekende Russische componist Sjostakovitsj door Stalin gedwongen muziekstukken te schrijven, die vol bravoure de pracht van Rusland en het Russische volk moesten benadrukken. Hoewel zijn opvattingen niet altijd strookten met het communistische beleid is hij in tegenstelling tot de weggevluchte Stravinsky en Prokofjev altijd in de Sovjet-Unie gebleven en stierf daar in 1975. Aan de andere kant in Californië kwam de Flowerpowerbeweging en zijn daarbij verbonden seksuele, muzikale en sociale revoluties op tijdens de voortslepende Vietnamoorlog in de jaren '60. De aanhangers van deze beweging, de hippies, waren politiek links getint en hadden de hoop op vrede tussen de twee machtsblokken. Het motto van hen werd Make love, not war! Hoogtepunt van de hippiebeweging was het Woodstock-festival, waar artiesten optraden als Janis Joplin, Jimi Hendrix en The Who. In Nederland bleek de Koude Oorlog een inspiratiebron voor diverse Nederlandstalige bands vooral tijdens de jaren '80. Voorbeelden hiervan zijn: Doe Maar met De bom en Over de muur van Klein Orkest.
Sport
In de sport werd de Koude Oorlog vooral 'uitgevochten' begin jaren '80. Het IOC had waarschijnlijk met enig opzet de Olympische Spelen van 1980 aan Moskou toegewezen en die van 1984 aan Los Angeles in een poging om het wantrouwen tussen de USSR en de VS te laten verminderen. Toen in 1979 de Afghaanse invasie was uitgebroken, riep de Amerikaanse president Jimmy Carter op tot een boycot van de Spelen, omdat de actie van de USSR geheel indruiste tegen de achterliggende gedachtes van de Olympische Spelen. Verbroedering via sport tussen landen kon volgens hem nooit plaats vinden in een staat als de Sovjet-Unie. Het gevolg was een gedevalueerd sportevenement in Moskou met slechts 80 deelnemende landen. Dezelfde situatie gebeurde 4 jaar later in Los Angeles, toen de USSR en veel Oostblok-landen verstek lieten gaan.
Film
Op filmgebied was de Koude Oorlog ook een grote inspiratiebron. Berucht waren de films van James Bond, waarin de gelijknamige Engelse spion het aan de stok kreeg met diverse terroristen, KGB-agenten en ander gespuis. Andere films die beïnvloed zijn door de Koude Oorlog zijn: WarGames, Red Dawn en The Day After.
Na de koude oorlog
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was de Koude oorlog definitief afgelopen. Sommige historici zien in deze gebeurtenis ook het einde van de 'korte' 20e eeuw, die dan begon met de moord van Franz-Ferdinand in Sarajevo, die in 1914 aanleiding gaf tot de Eerste Wereldoorlog, tot het einde van de Koude Oorlog.
De Verenigde Staten zouden vanaf dit moment de enig overgebleven grootmacht blijven. De voormalige Oostblok-landen wendden zich razendsnel tot de democratie en het kapitalisme. Dit in tegenstelling tot China die een geleidelijke omschakeling van het communisme naar een open markteconomie maakt. De abrupte omschakeling gaat gepaard met vele problemen in Oost-Europa, zoals geen vastheid qua inkomen en een hoge criminaliteit. Toch lijkt het op de lange termijn de weg naar democratie succesvol voor veel Oost-Europese landen. Een groot aantal van hen zoals Tsjechië en Polen is nu lid van de NAVO en acht voormalige Oostblok-landen zijn in mei 2004 toegelaten tot de EU. Na aanvankelijk moeilijkheden lijkt het ook uitstekend te gaan met de economieën van landen als Rusland, Tsjechië, Hongarije en Slovenië. Dat laatste zit al bijna op het economisch niveau van een West-Europees land. Door de relatief lage kosten van bijvoorbeeld arbeidsloon worden er veel investeringen gedaan door Westerse bedrijven in deze regio.
Externe links