Spelcomputer






Computersysteem specifiek gemaakt om spellen op te spelen, vaak op de
televisie, maar afhankelijk van het model is een
beeldscherm ingebouwd.
Het begin
In de begindagen kon een spelcomputer gebruikt worden om slechts een enkel spel te spelen, of een aantal varianten van één spel, vaak gebaseerd op tennis, zoals bijvoorbeeld het spel Pong.
Tegen het eind van de jaren '70 en begin jaren '80 van de 20e eeuw was Atari een van de eersten met spelcomputers waarop meerdere spellen konden worden gespeeld. Dit werd gedaan door het spel niet in te bouwen, maar op een los medium te verkopen. Zo werd het arcadespel Pacman enorm populair in 1980. Atari kreeg al snel concurrentie van Philips (de Videopac G7000), Intellivision, Nintendo en Sega.
Instorten van de markt
In 1984 stortte wereldwijd de markt voor computerspellen in. Een van de oorzaken hiervoor was dat er te veel slechte spellen op de markt waren. De populariteit van de homecomputer nam wel toe, vanwege de grotere mogelijkheden én de spelletjes.
Atari is na de crash van '84 niet meer de marktleider geweest die het daarvoor was. Nintendo had met zijn Nintendo Entertainment System deze plek overgenomen, en Sega was met het Sega Master System een goede tweede.
Moderne spelcomputers
Begin jaren '90 kwamen zowel Sega als Nintendo met krachtiger 16-bit systemen, resp. de Sega Mega Drive en het Super Nintendo Entertainment System (SNES).
Halverwege de jaren '90 kwam concurrent Sony op de markt met de Playstation. Dit systeem was krachtiger dan de concurrerende Sega Saturn, en een stuk eerder op de markt dan de Nintendo 64. Deze laatste gebruikte als enige van deze generatie spelcomputers nog spelcasettes, die duurder waren om te produceren dan de cd's van de concurrentie, en bovendien konden daar ook nog veel minder gegevens op worden opgeslagen.
Sega bracht hierna nog de Sega Dreamcast uit, maar dit systeem werd om onduidelijke redenen geen groot succes, en hierom besloot Sega geen hardware meer te maken, maar alleen nog maar spellen. De Playstation 2 van Sony was daarentegen wel een groot succes. Microsoft had ook besloten een graantje te willen meepikken van de spelcomputermarkt, en bracht de Xbox op de markt. Alhoewel deze op diverse vlakken technisch superieur was aan de Playstation 2, was de laastgenoemde toch een groter succes. Nintendo was ook nog in de markt, en was met de GameCube derde in het rijtje.
Van de nieuwste generatie spelcomputers zal de opvolger van Microsofts Xbox als eerste verschijnen. Door Microsoft is aangegeven dat de Xbox 360, zoals het apparaat zal gaan heten, nog voor Kerstmis 2005 te koop zal zijn. De spelcomputers van andere leveranciers zoals de Playstation 3 van Sony en de Nintendo Revelution van Nintendo worden verwacht in het eerste kwartaal van 2006.
Draagbare spelcomputers
De markt voor de draagbare spelcomputer loopt vrij los van de onwikkelingen van de andere spelcomputers.
Nintendo produceerde eind jaren '80 de GameBoy. De enige noemenswaardige concurrentie was rond die tijd de Atari Lynx. Deze laatste was technisch veruit superieur, maar door het enorme aanbod aan kwalitatief goede spellen en de lagere prijs was de GameBoy een veel groter succes. Ook de begin jaren '90 gelanceerde Sega Game Gear kon hier niet veel aan veranderen en was eenzelfde lot beschoren als de Atari Lynx.
In 1998 kwam SNK met de Neo Geo Pocket die een half jaar later al werd opgevolgd door de Neo Geo Pocket Color. De Neo Geo Pocket was technisch suprieur aan de Game Boy en kreeg zeer positieve reacties van de pers, maar het grote publiek liet het systeem links liggen. In 1999 verdween de Neo Geo Pocket in het westen en ook in Japan was het daarna snel over.
Begin 2000 lanceerde Nintendo de Gameboy Advance, waarmee de draagbare spelcomputer weer bij de tijd gebracht werd. In 2004 kwamen zowel Nintendo als Sony met een nieuwe handheld respectievelijk de Nintendo DS en de PSP (Playstation Portable). Hiermee lijkt er eindelijk concurrentie te ontstaan in de handheld markt. Beide systemen verschillen giganatisch. De Nintendo DS heeft twee schermen waarvan één een touchscreen is, maar is minder krachtig, terwijl de PSP een soort draagbare Playstation 2 is.