Switch






Een
switch is, net als een
hub, een apparaat in de infrastructuur van een computer
netwerk. In tegenstelling tot een hub is een switch in staat om te schakelen tussen verschillende netwerksnelheden (meestal 10 Mbit en 100 Mbit). Een switch stuurt een
datapakketje alleen maar door naar de poort waar de eindbestemming zich bevindt, en zorgt op deze manier voor minder verkeer op het netwerk.
Werking
Een switch kan Ethernet, Token Ring, Fibre Channel of andere types pakketgeschakelde netwerksegmenten verbinden tot één homogeen netwerk op het niveau van de OSI datalinklaag.
Switches zijn zelflerend, een netwerkpakketje met een nieuw adres komt langs een inkomende poort de switch binnen en wordt in eerste instantie naar via alle andere poorten het netwerk in gestuurd. Als op een specifieke poort een antwoordpakketje komt, weet de switch door het afzenderadres wie daar aangesloten is, de switch slaat dit adres en de poort op in zijn MAC-adressentabel en zal in het vervolg pakketjes met het zelfde adres alleen nog naar die ene poort sturen. Regelmatig probeert de switch de andere poorten ook weer, het kan immers zijn dat iemand een andere computer aangesloten heeft, of een computer naar een andere poort verplaatst heeft.
Bij een hub kan het hele netwerk één collision domain zijn, door het gebruik van een switch wordt dit opgesplitst naar elk verbonden netwerksegment. Enkel NIC's die rechtstreeks op een switchpoort verbonden zijn door een point-to-pointlink, of direct verbonden hubs, zullen dan een collision domain vormen. Op deze manier kunnen full-duplex point-to-point verbindingen met een switch mogelijk gemaakt worden, waar collisions uitgesloten worden.
In complexe netwerken, waar redudante links liggen of waar men storingen wil opvangen, kan het Spanning Tree Protocol gebruikt worden om lussen in het netwerk te vermijden.
Er bestaan managed switches en unmanaged switches. Zoals de naam het laat vermoeden kan je een managed switch beheren: QoS (quality of service: sommige soorten netwerkverkeer voorrang geven), VLAN's (virtuele LANs: de switch opsplitsen in verscheidene virtuele switches) of poorten reserveren voor specifieke computers.
Zie ook