Theresienstadt






Theresienstadt (Duits) of Terezín (Tsjechisch) is de naam van een fort en een vestingstad in Tsjechië. Het fort, waar het voormalige concentratiekamp van Theresienstadt ligt, wordt "Kleine Vesting" genoemd. De stad wordt "Grote Vesting" genoemd. De vestingen werden in de 18e eeuw gebouwd in opdracht van het Oostenrijk-Hongaarse rijk en genoemd naar de keizerin Maria Theresa. Zowel de rivier de Elbe en de Ohre stromen nabij het fort.
De bouw startte in 1780 en duurde tot 1790; uiteindelijk besloeg het fort een oppervlakte van 3.89 km². Het was ontworpen in de stijl van Sébastien Le Prestre de Vauban, en er waren ongeveer 5600 soldaten gestationeerd. Terezín werd tijdens oorlogen niet gebruikt, en in de laatste helft van de 19e eeuw diende het fort als een gevangenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog fungeerde het als krijgsgevangenenkamp, waar ook de moordenaar van Franz Ferdinand stierf aan tuberculose. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de nazis Theresienstadt als concentratiekamp.
Theresienstadt in de Tweede Wereldoorlog
Op 10 juni 1940 nam de Gestapo het bevel over Terezín over. Vanaf november 1941 was het een getto voor gedeporteerde joden, hoewel de nazi's Theresienstadt er vanaf de buitenkant uit lieten zien als een modelstad. Desondanks was Theresienstadt een concentratiekamp, en ook een tijdelijk verblijfplaats voor joden die naar Auschwitz of andere concentratiekampen moesten.
Het kamp opende officieel haar deuren op 24 november 1941 door de SS'er Reinhard Heydrich. Veel joden uit Tsjechoslowakije werden naar Terezín gedeporteerd, en in de zomer van 1942 werd de niet-joodse bevolking van Theresienstadt weggestuurd. Onder de nieuwe bevolking bevonden zich ook vele kunstenaars, musici en juristen. Ook verzorgden de joden voor de ongeveer vijftienduizend kinderen in het kamp onderwijs, hoewel men schat dat slechts 1100 van de kinderen de oorlog overleefd hebben.
Ondertussen werden de leefomstandigheden in Theresienstadt steeds slechter. Waar eerst zo'n zevenduizend Tsjechoslowaken hadden gewoond, waren nu vijftigduizend mensen gestationeerd. Er was weinig voedsel en alleen al in 1942 stierven er zo'n zestienduizend van de bewoners. In 1943 werden vijfhonderd joden uit Denemarken (die niet naar Zweden hadden weten te vluchten) naar Terezín gestuurd. De Deense regering stond er echter op dat het Rode Kruis toegang kreeg tot de gevangenen, en dus richtten de nazi's nepcafés en winkels op in het kamp, om het geheel de aanblik te geven van een normale woonplaats. Om de overbevolking voor het Rode Kruis verborgen te houden werden veel joden naar Auschwitz gestuurd; daardoor zaten de overgebleven gevangenen met niet meer dan drie mensen op een kamer.
De list was zo succesvol dat er zelfs een propagandafilm van werd gemaakt (Theresienstadt: Ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet). Na de opnames werden zowel de cast als de regisseur (Kurt Gerron) naar Auschwitz gestuurd en vergast.
In totaal werden ongeveer 144.000 mensen naar Theresienstad gestuurd. Zo'n 33.000 van hen stierven in dat kamp, 88.000 werden doorverwezen naar Auschwitz en 19.000 overleefden de oorlog. Op 3 mei 1945 droegen de nazi's de controle over het kamp over aan het Rode Kruis, en op 8 mei werd Theresienstadt officieel door het Rode Leger bevrijd.
Theresiënstadt heeft de twijfelachtige eer om een reserveringskamp te zijn. Hoewel de situatie in de overige reserveringskampen beduidend beter was, is ook Theresienstadt bedoeld om mensen te sparen voor een ander doel: propaganda.
Externe links