in WO2België in WO2Nazi-Duitslanddeel 1deel 2deel 3helpmeer info">
|
Tweede Wereldoorlog
|
| class="toccolours noprint" align=right cellpadding=0 cellspacing=0 style="margin: 0 0 0.3em 0.8em; font-size: 80%" | Beluister 1, 2, 3 |
|- | |}
De Tweede Wereldoorlog (afgekort WO II), die duurde van 1939 tot 1945, was de tweede oorlog in de geschiedenis waar landen uit vrijwel alle continenten aan deelnamen. Zowel de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) als de Tweede Wereldoorlog waren oorlogen van ongekende omvang, die een enorm aantal slachtoffers eisten. In WO I vielen tien miljoen mensen op het slagveld, WO II kostte alles bij elkaar aan ongeveer 55 miljoen mensen het leven. De massamoord op circa zes miljoen Joden (de holocaust), vermoedelijk op bevel van Adolf Hitler en georganiseerd door Heinrich Himmler, is een onderdeel van deze oorlog. De Tweede Wereldoorlog bracht ook nieuwe strijdmethoden waarin burgers tot militair doelwit werden. voorbeelden: de luchtbombardementen op Rotterdam, Coventry en Dresden, en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.
Het hoofdstrijdtoneel van de oorlog was Europa en Azië. De oorlog breidde zich uit naar Noord-Afrika en de wereldzeeën. De agressoren Duitsland, Italië en Japan vormden met elkaar een pact. De landen die gezamenlijk de tegenaanval inzetten waren de toenmalige Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, China, Polen, Canada en Australië. Zij vormden het geallieerde bondgenootschap, kortweg 'de geallieerden' genoemd, gesteund door de meeste bezette gebieden.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden duurde deze oorlog van 10 mei 1940 tot 15 augustus 1945. Nederland was bezet gebied vanaf de overgave op 15 mei 1940 tot de Duitse capitulatie op 6 mei 1945. Op 10 januari 1942 vielen de Japanners Nederlandsch-Indië binnen, nadat Nederland op 8 december 1941 Japan de oorlog had verklaard. Met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 kwam ook in Nederlandsch-Indië een einde aan de Tweede Wereldoorlog. In België startte de oorlog op 10 mei 1940 en de capitulatie met de Duitsers werd getekend na de 18-daagse veldtocht op 28 mei 1940. De bezetting duurde tot de bevrijding in de lente van 1945.
De directe aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog was de aanval van Duitsland op het buurland Polen op 1 september 1939. Duitsland schond daarmee het bestaande niet-aanvalsverdrag. Daarop verklaarden het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan Duitsland de oorlog. Na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op 7 december 1941 werden ook de Verenigde Staten bij de oorlog betrokken. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Dit kwam niet geheel onverwacht: de toenmalige president van de V.S., Franklin D. Roosevelt, had al op 11 september de Amerikaanse marine opdracht gegeven elk Duits marineschip dat zij zag, aan te vallen.
De oorzaak van de Tweede Wereldoorlog in Europa kan gezocht worden in de aard van het vredesverdrag dat de Eerste Wereldoorlog beëindigde, de vrede van Versailles. De hierin aan Duitsland opgelegde herstelbetalingen vergden zeer veel van de Duitse economie. Na de beurscrisis namen de armoede en sociale onrust in Duitsland en Italië toe. Onder deze omstandigheden was de opkomst van de NSDAP onder Adolf Hitler mogelijk. In Italië vormde Benito Mussolini op verzoek van de Italiaanse koning in 1922 een regering - zie opkomst van het fascisme in Italië.
Japan had weliswaar als geallieerde in de Eerste Wereldoorlog gebied gewonnen, maar kampte nog steeds met het probleem van overbevolking, gecombineerd met een dreigend grondstoffentekort. Verdere gebiedsuitbreiding werd Japan door de Verenigde Staten ontzegd, terwijl dit laatste land wel militaire bases over de hele Stille Oceaan had. Ook Japan werd hard getroffen door economische crises, en radicale militairen trokken het bewind naar zich toe.
In Centraal-Europa waren landsgrenzen vaak niet langs etnische lijnen getrokken, maar waren ze zodanig getrokken dat de overwinnaars een deel in de buit kregen. Hierdoor ontstonden minderheden die buiten de grenzen van de eigen natie woonden. De nieuwe staten bleken niet stabiel, en werden met jaloezie bekeken door de oude staten, die gebied hadden moeten afstaan. In Hongarije, Oostenrijk en Bulgarije kwamen sterke revisionistische stromingen op.
Duitsland, Italië en Japan klaagden luid dat ze de Verspätene Nationen waren: omdat hun macht net iets later opkwam, ontzegden de wereldmachten met het Verenigd Koninkrijk voorop hen hun "plaats onder de zon". De revisionistische Centraal-Europese staten zouden deze landen uiteindelijk in de oorlog volgen, om de oude gebieden te kunnen heroveren.
De tegenstanders van Duitsland uit de Eerste Wereldoorlog waren meer erop uit dat de economische herstelbetalingen gedaan werden dan dat de andere bepalingen uit het Verdrag van Versailles werden toegepast, zoals de militaire beperkingen die aan Duitsland waren opgelegd. Hitler gaf op 16 maart 1935 opdracht tot militaire wederopbouw, waardoor het Verdrag van Versailles werd genegeerd.
In 1936 bezette het Duitse leger het Rijnland. Italië, dat weerstand ontmoette tegen zijn verovering van Abessinië in de Volkenbond, sloot met Nazi-Duitsland in 1936 een alliantie die de as Rome-Berlijn of het Staalpact werd genoemd. Duitsland had zich in 1933 uit de Volkenbond teruggetrokken. Op 12 maart 1938 (het jaar van de Kristalnacht) maakte Duitsland de "Anschluss" van Oostenrijk bekend. Oostenrijk werd hierdoor een Duitse deelstaat. De Anschluss werd mogelijk gemaakt door de eerdere moord op de Oostenrijkse kanselier Engelbert Dollfuss op 25 juli 1934 en, twee jaar later, de toenadering tussen Italië en Duitsland. Tegelijkertijd met de moord op Dollfuss drongen leden van de plaatselijke Nazi-partij het radiostation binnen en verklaarden dat Dollfuss was afgetreden. Voorafgaand aan de uitzending hadden Oostenrijkse Nazi's, aangemoedigd door Hitlers demagogische redevoeringen, een sfeer van angst en terreur geschapen, overheidsgebouwen opgeblazen, en aanhangers van de Dollfuss regering vermoord. Welkom feit voor de Nazi's was, dat Dollfuss reeds eerder de gehele linkse oppositie verboden had. Na een lange politieke remise, waarin tot 1938 Kurt von Schuschnigg kanselier was, werd een Nazi jurist, Arthur Seyss-Inquart, als minister van Buitenlandse Zaken en als kanselier van Oostenrijk aangesteld.
Onder het voorwendsel dat de Tsjechische regering de Duitse bevolking in het Sudetenland mishandelde, bereidde Hitler een invasie in Tsjechoslowakije voor. In Mei 1939 vormden Italië en Duitsland het Staalpact, wat hun alliantie verstevigde en uitbreidde.
Het Verenigd Koninkrijk had de veiligheid van Tsjechoslowakije gegarandeerd, met de dreigende inval van Duitsland leek oorlog onvermijdelijk. De Britse premier Neville Chamberlain reisde naar München voor een ontmoeting met Hitler en Mussolini. In het akkoord van München deden de Franse en Britse leiders concessies, Sudetenland zou Duits worden. Bij dit overleg waren geen Tsjechoslowaakse vertegenwoordigers aanwezig. Hun regering was sterk gekant tegen het akkoord, maar was machteloos tegen het Duitse militaire overwicht zonder Franse of Britse hulp. Chamberlain betitelde het akkoord als "Peace for our time - Vrede voor onze tijd". Tsjechisch Sudetenland werd door Duitsland 'bevrijd'. Enkele maanden later, in maart 1939 volgde de rest van Tsjechië; Slowakije werd een vazalstaat van Nazi-Duitsland.
Nazi-Duitsland stortte zich in een algemene oorlog door een aanval te lanceren tegen Polen op 1 september 1939. Op 3 september verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Duitsland. Zoals omschreven in het in augustus 1939 afgesloten Molotov-Ribbentroppact viel de Sovjet-Unie op 17 september Polen binnen vanuit het Oosten. Het Pools leger, slechts gedeeltelijk gemotoriseerd, was niet opgewassen tegen de militaire superioriteit van de Wehrmacht met hun Blitzkrieg vanuit het westen en de overmacht van de Russen vanuit het oosten. De laatste Poolse eenheden capituleerden op 6 oktober. Een deel van het Pools leger en de regering weken uit naar Frankrijk en vervolgens naar het Verenigd Koninkrijk. Het Poolse leger groeide uit tot de op vier na grootste geallieerde strijdmacht en speelde een significante rol in het Europese strijdtoneel.
Op 30 november 1939 viel de Sovjet-Unie Finland binnen. Nadat de Sovjets op 6 december een vruchteloze aanval ondernamen op de Finse Mannerheim-linie begon de langdurige winteroorlog waarbij de Finnen standhielden tot maart 1940.
Na de aanval op Polen volgde in het westen een rustige militaire periode, doch met intense politieke spanningen tussen Duitsland aan de ene kant en Frankrijk en Groot-Brittannië aan de andere zijde. Dit wordt ook wel de schemeroorlog genoemd, Duits: Sitzkrieg, Engels Phoney war.
Zie ook:
Op 9 april 1940 kwam er een eind aan de schemeroorlog doordat nazi-Duitsland Noorwegen en Denemarken binnenviel. De Duitse strijdkrachten vielen Oslo, Bergen, Trondheim en Narvik aan. Een geallieerde expeditiestrijdkracht, bestaande uit Britse, Franse en Poolse troepen landde op 15 april bij Narvik, Namsos en Åndalsnes, doch moest begin juni worden geëvacueerd toen het Noorse leger op 9 juni capituleerde. Koning Haakon week met de Noorse regering uit naar Londen.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitse legers de Lage Landen binnen: Nederland, België en Luxemburg werden aangevallen. Het eigenlijke doel van de Duitse aanval was het veroveren van Frankrijk. De Duitse legers bereikten op 12 mei via de Ardennen de Franse grens. Het Nederlandse leger capituleerde op 15 mei, maar in Zeeland, waar Franse troepen bijstand verleenden, pas twee dagen later. Nederland gaat de bezettingstijd in. Door de aanval op Frankrijk via België uit te voeren, hoefde Duitsland niet dwars door de Maginotlinie aan te vallen, maar kon ze er om heen trekken. De Duitse opmars door Frankrijk was bliksemsnel met hun Blitzkrieg-tacktiek, reeds op 20 mei stonden de Duitse pantserdivisies aan de Kanaalkust. Op 26 mei besloten de Britten hun expeditieleger uit Duinkerkente evacueren.Deze evacuatie was pas op 2 juni voltooid. Deze evacuatie deed geen goed voor de Brits-Franse relaties en zou de Franse capitulatie bespoedigen. België capituleerde op 28 mei en was vanaf dan eveneens onder Duitse bezetting.
In Juni 1940 bezette de Sovjet-Unie de Baltische landen Litouwen, Letland en Estland. Het annexeerde tevens Bessarabië en Noord-Boekovina van Roemenië.
Italië verklaarde op 10 juni aan Frankrijk en Groot-Brittannië de oorlog en viel de volgende dag Frankrijk in het zuidoosten aan. Parijs werd door de Duitsers op 14 juni ingenomen. In oktober 1940 viel Italië Griekenland binnen. De Italiaanse troepen bleken echter niet in staat om zonder Duitse steun Griekenland te veroveren. Integendeel: de Grieken, gesteund door de Britten, drongen de Italianen terug en namen zelfs delen van het door Italië in 1939 veroverde Albanië in. Hitler gaf zijn pantsertroepen opdracht om door Joegoslavië op te rukken naar Griekenland. Op 22 juni ondertekent Frankrijk met Duitsland een wapenstilstand en op 24 juni met Italë. Frankrijk wordt nu geleid vanuit Vichy en komt terecht onder het Vichy-regime. Het is in feite een marionettenregime dat collaboreert met Nazi-Duitsland. Vanuit Engeland zal Generaal De Gaulle de strijd verder zetten onder de naam "de vrije Fransen".
In West-Europa bleef het Verenigd Koninkrijk als enige tegenstander van Duitsland over. De slag om Engeland (Battle of Britain) was een feit toen de Duitse Luftwaffe op 10 juli 1940 met luchtaanvallen begon. De RAF vocht boven eigen grond tegen de numeriek sterkere Duitse luchtmacht. Londen werd zwaar gebombardeerd om het moreel van de Engelse bevolking te breken. Ook industriële steden als Birmingham en Coventry en strategisch belangrijke plaatsen zoals de marinehaven Plymouth kregen het zwaar te verduren. De luchtgevechten duurden de hele zomer door tot in oktober aan toe. De Luftwaffe verloor echter meer toestellen dan de RAF en eind oktober verlegde Hitler zijn belangstelling naar Rusland.
De Britse aanvoerlijnen vanuit de Verenigde Staten werden door de Duitse U-boten zwaar onder druk gezet in de onderzeebootoorlog.
Zie ook:
Medio 1939 was de Balkan door een combinatie van Duitse diplomatieke druk, economische druk en dreigementen stevig onder Duitse invloed gekomen. Hongarije, Roemenië, Joegoslavië, Griekenland en Bulgarije waren economisch geheel van Duitsland afhankelijk, terwijl Italië Albanië bezet had.
De ambities van Italië verstoorden echter deze krampachtige vrede. In oktober 1940 viel Italië Griekenland binnen. De Italiaanse troepen bleken echter niet in staat om zonder Duitse steun Griekenland te veroveren. Integendeel: de Grieken, gesteund door de Britten, drongen de Italianen terug en namen zelfs delen van het in 1939 door Italië bezette Albanië in. Het gevaar dreigde dat de Britten een bruggenhoofd in Griekenland zouden vestigen en dat de Grieken de Italianen zouden verdrijven. Hitler reageerde met voorbereidingen voor een offensief tegen Griekenland.
De stategie werd dat Griekenland vanuit Bulgarije binnengevallen werd. Roemenië en Bulgarije schikten zich naar de wensen van de Führer, terwijl ook Joegoslavië zich bij de As-landen moest aansluiten. Hierop reageerden de Joegoslaven echter met een staatsgreep: de regent Pavle werd afgezet ten gunste van de Engelsgezinde Prins Peter. Joegoslavië weigerde deel te nemen aan de As onder de leuze "Liever dood dan slaaf!". Joegoslavië werd nu echter ook een doel in de Duitse campagne. Een ter elfde ure gesloten niet-aanvalspact met de USSR was tevergeefs: op 7 april 1941 vielen de Duitsers Joegoslavië en Griekenland binnen.
De Duitsers, Bulgaren en Italianen vielen Joegoslavië van vier kanten binnen, terwijl de Luftwaffe Belgrado drie dagen lang bombardeerde. Hierna werden de Grieken aangepakt. Op 17 april 1941 capituleerde Joegoslavië, op 27 april Griekenland. De landen werden in verschillende stukken geknipt:
Een duistere periode brak aan. Degenen die het geluk hadden in de Italiaanse zônes te wonen waren nog het beste af. De Italianen gedroegen zich correct, en Joden werden met rust gelaten. Ook de Bulgaren weigerden mee te werken aan de jodenvervolgingen, maar traden in de door hen bezette gebieden hardvochtig op. In Griekenland brak hongersnood uit, en de Duitsers gingen in Servië vreselijk tekeer. De Joodse bevolking werd hier vrijwel uitgeroeid. Het ergste lot was echter de Serviërs binnen Kroatië beschoren: volgens Ante Pavelic moest "1/3 geassimileerd, 1/3 verdreven, en 1/3 vernietigd worden". Dit kwam neer op het bijeendrijven en vermoorden van Serviërs in concentratiekampen, en gedwongen massale bekeringen (waarna de Serviërs soms "voor zekerheid" toch vermoord werden door de kerk in brand te steken). In Roemenië kwam de IJzeren Garde terug in het machtscentrum en ging zodanig tekeer, dat ze moest worden afgezet.
Al snel ontstonden uit groepen gevluchte Joegoslavische soldaten de eerste verzetslegers: de monarchistische Četniks van Mihailovič en gevolgd door de communistische partizanen van Tito. Na korte samenwerking begonnen ze elkaar te bestrijden waarbij sommige Četniks tot collaboratie overgingen. De guerillo's hielden al snel vele in de Russische campagne benodigde divisies in Joegoslavië vast. Ook in Griekenland ontstonden verzetsbewegingen. Met name de communistische EAM/EAS was zeer actief. Uiteindelijk zou dit - toen de Duitsers zich terugtrokken - uitmonden in een burgeroorlog.
In 1943 capituleerde Italië, waarop de Duitsers de bezette gebieden overnamen. In 1944 trokken de meeste Duitsers terug naar Oostenrijk en Hongarije om niet door de oprukkende Russen de pas afgesneden te worden. Britten landden in Griekenland, terwijl de partizanen grote delen van Joegoslavië bezetten, en zelfs Noordoost-Italië binnenvielen. Roemenië verloor bij Iassy een beslissende slag, waarop premier en dictator Antonescu vluchtte en Koning Michael met de Russen ging praten. Toen Roemenië vrede sloot en Duitsland de oorlog verklaarde, bombardeerde de Luftwaffe als wraak Boekarest en de olievelden in de Banat. Bulgarije sloot haastig vrede, terwijl het Rode Leger contact maakte met de partizanen van Tito.
Het sluitstuk van de bezetting van de Balkan vormde de vlucht van een colonne van 200.000 Ustače met hun gezinnen, geleid door Ante Pavelič, in mei 1945. De stoet verliet Zagreb, trok door Slovenië, maar werd bij het Oostenrijkse grensplaatsje Bleiberg door de Britten tegengehouden. Terwijl Britse soldaten de grens bewaakten en Britse Spitfires boven hun hoofden cirkelden, namen de partizanen de meesten van hen gevangen. Ze werden teruggevoerd, en de meesten van hen kwamen in Joegoslavische gevangenissen en strafkampen terecht. Dit lot was ook vele ex-Četniks beschoren, terwijl Mihailovič uiteindelijk wegens hoogverraad geëxecuteerd werd.
Na de oorlog zouden Joegoslavië, Albanië, Roemenië en Bulgarije in het communistische Oostblok worden opgenomen. Griekenland sloot zich, na een vreselijke burgeroorlog, aan bij het Westen.
Van 30 november 1940 tot maart 1941 voerde het Rode Leger oorlog tegen Finland voor een 'kleine grenscorrectie', de zogenaamde Winteroorlog. Volgens officiële Russische cijfers kostte deze oorlog de USSR 47.447 doden en 158.000 gewonden.
Op 22 juni 1941 voerden de Duitsers onder de codenaam Operatie Barbarossa een verrassingsaanval uit tegen hun voormalige Sovjetbondgenoten. Het front was ruim 3500 kilometer lang. Inclusief de troepen van de Duitse bondgenoten Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Roemenië telde het Duitse leger 3 miljoen man. Het Rode Leger had een sterkte in vredestijd van 2 miljoen man.
Het Duitse leger drong diep in Rusland door. Doordat het Russische opperbevel slachtoffer was van de illusie dat men de Duitsers met hun eigen spel, de Blitzkrieg, zou kunnen verslaan, werden de troepen veel te ver vooraan het front geconcentreerd in onversterkte posities en gigantische pantserreserves vergooid in nutteloze tegenaanvallen. Grote Sovjetlegers werden door de Duitse pantsertroepen omsingeld. De Sovjets pasten echter ook de wel effectieve tactiek van de verschroeide aarde toe. Het grootste deel van de wapenindustrie werd naar de Oeral geëvacueerd. Toen eind augustus het front open lag voor een opmars naar Moskou, gaf Hitler echter opdracht het zwaartepunt van de Duitse opmars naar het zuiden te verleggen om de economisch belangrijke Oekraïne in te nemen. Op 19 september 1941 werd Kiev ingenomen, waar in het ravijn Babi Jar een massaslachting werd aangericht. In september begon in het noorden de belegering van Leningrad, die uiteindelijk 29 maanden zou voortduren. Men schat dat tijdens deze belegering meer dan een miljoen mensen in Leningrad zijn omgekomen. Eind oktober bereikten de Duitsers de Krim in het zuiden. Toen het Duitse leger begin oktober in het centrum zijn opmars naar Moskou wilde hervatten, werd dit belemmerd door najaarsmodder. De bevoorrading stokte bijna volledig. Bij het invallen van de vorst beval Hitler de onmiddellijke voortzetting van het offensief. De munitie- en brandstofsituatie werd hierdoor kritiek. Begin december bereikten de Duitse troepen de buitenwijken van Moskou. Daar werden ze opgewacht door een gigantische concentratie aan verse en volledig bevoorrade Russische legers uit Siberië en door de Russische winter. Het Duitse leger, dat niet op een lange campagne was voorbereid, en zelfs geen winterkledij had, leed zowel qua manschappen als materieel hevig in de felle kou. Het Rode Leger opende het eerste winteroffensief van die oorlog en dreef de vijand honderd kilometer terug. Met moeite wisten de Duitsers een volledige vernietiging van hun centrale front te voorkomen. Maar het merendeel van de gevechtstroepen die bij de invasie waren ingezet, was nu dood, gewond of krijgsgevangen.
Het daarop volgende voorjaar (1942) wist het Duitse leger de opmars te hervatten. Maar door de grote verliezen van de voorgaande winter kon dat alleen nog in het zuiden, en zelfs dat werd slechts mogelijk gemaakt door de massale inzet van Roemeense, Hongaarse en Italiaanse legers. In september 1942 werd Stalingrad bereikt, wat de Duitsers ten onrechte zagen als het enige nog grote centrum van wapenproductie. Ook de olievelden van Grozny (Tsjetsjenië) aan de rand van de Kaukasus kwamen binnen bereik.
Factoren als pure incompetentie bij Hitler en onenigheid onder de leidinggevende Duitse generaals leidden ertoe dat het Duitse leger opnieuw in een strategisch hopeloze positie terecht kwam. Door de veel te lange aanvoerlijnen werd de bevoorrading volstrekt onvoldoende. De pantserlegers waren óf vastgelopen in de Kaukasus óf foutief ingezet in een langdurig straatgevecht tijdens de Slag om Stalingrad. Deze slag werd één van de bloedigste gevechten uit de oorlog, met volgens sommige schattingen twee miljoen slachtoffers, waaronder een half miljoen burgers. Zo'n slijtageslag moest echter wel in het voordeel van de Sovjets uitvallen. Hun wapenproductie had zich meer dan hersteld en bedroeg dat jaar het vijfvoudige van de Duitse.
Op 19 november verpletterde het Rode Leger in een beslissend tegenoffensief (Operatie Uranus) de twee zwakke Roemeense legers die de flanken van het Duitse front moesten dekken en omsingelde enkele dagen later het Duitse Zesde Leger in Stalingrad om dat uiteindelijk volledig te vernietigen. Voor het zover was werden eerst de stellingen van het Italiaanse en later het Hongaarse leger opgebroken. Terwijl de Duitse legermacht in het centrale deel van het front zijn handen vol had aan het opvangen van Operatie Mars, lag zo de rechterflank op den duur volledig open. Russische gepantserde voorhoeden spoedden zich naar het westen zonder enige weerstand te ondervinden. Opnieuw bleek echter dat Blitzkrieg niet de sterkste kant was van het Rode Leger, want de geniale strateeg Erich von Manstein wist de aanvallers in een briljante campagne af te snijden. Door deze laatste grote Duitse overwinning stabiliseerde het front zich weer.
Dit was de opmaat voor Hitlers volgende fout, die de Duitse nederlaag zou bezegelen. In 1943 begon de Duitse wapenproductie die van de geallieerden terug in te halen. Generaal Heinz Guderian, toen inspecteur van de pantsertroepen, drong er bij Hitler op aan af te zien van een derde Duitse zomeroffensief en in plaats daarvan een grote strategische pantserreserve op te bouwen met de nieuwe superieure Tiger- en Panthertanks. Daarmee zou men ieder Russisch offensief kunnen pareren en een succesvolle invasie in Frankrijk verhinderen. Hitler had echter de illusie dat hij het strategisch initiatief zou kunnen overnemen en besloot alle beschikbare pantserreserves te concentreren voor de inkrimping van de saillant van Koersk. Zelfs als dat gelukt zou zijn, was het een dwaze verspilling van kostbare tanks geweest. Door de lange voorbereiding ging het verrassingseffect echter verloren en de Sovjets vingen in dikke verdedigingsgordels het offensief van juli 1943 met relatief gemak op, hoewel het toch de grootste concentratie van Duits materieel van de gehele oorlog was. Door de hoge verliezen, maar meer nog door de hoge mechanische slijtage, waren de Duitse pantsertroepen volledig lamgeslagen.
Stalin besefte welk een perfecte gelegenheid hem dit bood om de Wehrmacht te vangen in een kringloop waar ze nooit meer uit zou kunnen ontsnappen. Eerst opent hij een enorm offensief. Weliswaar lukt het de Duitsers om dat uiteindelijk tot staan te brengen met zware verliezen aan Russische kant, maar men moet veel gebied prijsgeven. En voor men er aan toekomt reserves op te bouwen, begint weer het volgende offensief. Deze methode vreet Russische tanks, maar die worden in voldoende mate geproduceerd. Zij vreet ook levens. Verbluffend genoeg bleek de Sovjetmaatschappij in staat om gemiddeld per maand 600.000 mannen te verliezen en daarbij het Rode Leger zelfs uit te breiden! Duitse mannen werden daarentegen uiterst inventief in het zich drukken voor de dienst aan het Ostfront. Terwijl het totale aantal Duitse soldaten steeg, nam hun aantal in Rusland zo sterk af dat het front één grote gatenkaas werd.
In het najaar van 1943 werden de Duitsers over de Dnjepr teruggedreven. Even vallen ze dan weer aan, maar verliezen in het voorjaar van 1944 in extreem bloedige gevechten de westelijke Oekraïne. Het hele Eerste Pantserleger wist zich op het nippertje aan een vernietigende omsingeling te onttrekken. Als de dooi invalt, staakt de strijd even. Bij de invasie van Frankrijk blijkt hoezeer Stalins strategie is geslaagd. Ondanks dat iedere beschikbare tank was gespaard om die westelijke invasie af te slaan, moet Hitler toch het oostfront ernstig laten verzwakken. Als het Rode Leger zich concentreert op het zuiden van Polen, heeft het Duitse opperbevel geen andere keuze dan de weinige pantsertroepen die nog resteren daar tegenover te stellen. Zo werd het hele centrum van het front vrijwel van tanks ontbloot met als gevolg de zwaarste catastrofe van de oorlog: de volledige vernietiging van 25 Duitse divisies. De Russische operaties tegen Finland, de Baltische staten en Roemenië zijn daarmee vergeleken slechts een bijverschijnsel.
In januari 1945 begon het laatste beslissende winteroffensief in Polen. Nog even houden de Duitsers achter de Oder en langs de Oostzee stand, dan valt begin mei Berlijn.
De Sovjets droegen in absolute termen de zwaarste last tijdens de Tweede Wereldoorlog. De troepenmacht in Noord-Afrika (zie hierna) was qua omvang niet te vergelijken met de legers in de Sovjet-Unie. Deze zware last uitte zich ook in aantallen slachtoffers: 21 miljoen Sovjet-onderdanen stierven, waaronder 7 miljoen burgers, bij elkaar zo'n 10% van de vooroorlogse bevolking. Alleen Polen had een hoger percentage: zij verloor 20% van haar vooroorlogse bevolking. Omdat de nazi's de Slaven als "Untermenschen" zagen, beschouwden ze het niet als misdaad om burgers te verzamelen en te fusilleren in de door de nazi's veroverde steden. Overigens was het de officiële Duitse politiek om die steden uit te hongeren om zo het uitgespaarde voedsel aan Duitsland te doen toekomen. De nazi's beschouwden de in Oost-Europa bezette gebieden als 'Lebensraum'.
Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog had het Verenigd Koninkrijk het protectoraat Egypte in de geallieerde strategie betrokken. De Italianen waren in september 1940 Soedan, Egypte en Brits Somaliland binnengevallen. Slechts de laatste campagne was succesvol, in Soedan en Egypte werden de Italianen teruggeworpen. Vrij snel daarna werden de Italiaanse bezittingen in de Hoorn van Afrika (Italiaans Somaliland resp. Abbessynië)door de Engelsen van Kenia en Soedan uit veroverd resp. bevrijd, en kon de Ethiopische keizer Haile Selassie terugkeren naar zijn land.
Vanuit Egypte vielen generaal Wavell en generaal O'Connor de Italiaanse kolonie Libië binnen. Hier rukten zij snel op, waarop Hitler besloot zijn Italiaanse bondgenoot ook hier te hulp te komen. Veldmaarschalk Erwin Rommel dreef de Britten nog sneller terug dan dat zij zelf opgerukt waren. Na felle gevechten in een zeer beweeglijke oorlog werd op 21 juni Tobroek ingenomen. Eind 1942 leden de Duitsers twee nederlagen in Noord-Afrika tegen de Britten. In twee veldslagen bij El Alamein in juni en eind oktober, werd het Duitse Afrikakorps onder leiding van Erwin Rommel verslagen door het Britse Achtste leger onder bevel van veldmaarschalk Bernard Montgomery.
Hierna dreven de Britten de Duitsers terug. Na een landing van Britse en Amerikaanse troepen in Marokko, Algerije en Tunesië (Operatie Toorts) werden de Duitsers geheel uit Noord-Afrika verdreven. Op 13 mei 1943 gaven de laatste Duitse en Italiaanse troepen in Noord-Afrika zich over.
In de jaren twintig fragmenteerde het centrale gezag in China onder een aantal krijgsheren. Japan was hierdoor in staat invloed te verwerven en ongelijke verdragen af te sluiten met wat er aan centraal gezag restte. Deze situatie was inherent instabiel: wanneer China verder uiteenviel, kon het de verdragen niet meer nakomen; wanneer het centrale gezag sterker werd, had ze geen belang meer bij deze verdragen.
In 1927 leidde Chiang Kai-shek en de Kwomintang de Noordelijke Expeditie. Chiang was in staat de krijgsheren in Zuid- en Midden-China zijn gezag te laten erkennen, en was bezig de krijgsheren in Noord-China formeel aan zijn gezag te binden. Uit vrees dat Zhang Xue-liang (de krijgsheer die Mantsjoerije controleerde) zijn trouw aan Chiang zou verklaren, intervenieerden de Japanners en plaatsten in 1931 een marionettenregering in hun satellietstaat Mandsjoekwo met aan het hoofd ervan de laatste Chinese keizer Pu Yi die in 1924 verdreven was.
Er is geen bewijs dat de Japanners probeerden om China zelf te regeren of dat de Japanse acties in China deel waren van een wereldveroveringsprogramma. Eerder kunnen de Japanse acties gezien worden als een voortzetting van het 19e eeuwse Europese kolonialisme, en bedoeld om de aanvoer van grondstoffen te waarborgen. Chinese regeringen dienden de Japanse belangen te ondersteunen. In de jaren dertig werd militair geweld als instrument van koloniale macht echter door de internationale gemeenschap niet meer als politiek correct gezien. Japan trok zich terug uit de Volkerenbond. Er ontstond een patstelling toen Chiang zijn inspanningen ging richten op het uitschakelen van de communisten. Chiang beschouwde dit als een groter gevaar dan de Japanners. Deze houding werd binnen China door het sterke nationalisme in alle lagen van de bevolking steeds meer als onhoudbaar gezien.
In 1937 werd Chiang ontvoerd door Zhang Xue-liang tijdens het zgn. Xian Incident. Als voorwaarde voor zijn vrijlating beloofde Chiang om samen met de communisten tegen de Japanners te vechten. Als antwoord hierop zetten officieren van het Kwantoengleger zonder overleg met het Japanse opperbevel het Marco Polo brugincident in elkaar, waardoor de Chinees-Japanse oorlog formeel een feit werd. Om de Japanse oorlogsinspanning te ontmoedigen stelden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Nederlandse regering in ballingschap die nog steeds de oliebronnen in Nederlands-Indië controleerde, een olie- en een staalboycot tegen Japan in. Japan zag dit als een daad van agressie omdat het deze stoffen voor haar oorlogsvoering nodig had. Op 7 december 1941 leidde dit tot een Japanse aanval op Siam, Maleisië (Malakka), de Filipijnen en de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaii. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Tot dat moment had de Verenigde Staten zich buiten de oorlog in Europa gehouden, hoewel het wel militaire steun verleende aan het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie door het Lend-Lease programma.
De geallieerde strijdkrachten in Azië bleken niet opgewassen tegen de Japanse veteranen. Het Britse slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse werden op 10 december voor de kust van Maleisië tot zinken gebracht. De marinebasis Singapore viel. Hongkong viel op 25 december. Ook de Amerikaanse bases op Guam en het eiland Wake gingen verloren. In januari volgde de Japanse invasies in Burma, de Salomonseilanden, Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Manilla, Kuala Lumpur en Rabaul werden door Japan veroverd. De Japanse veroveringsmachine draaide in snel tempo verder: Bali en Timor vielen in februari 1942; Rangoon en Java in maart. Mandalay volgde begin mei. De Japanse luchtmacht vernietigde de Britse en Amerikaanse luchtstrijdkrachten in Zuidoost-Azië en voerde belangrijke aanvallen uit op Noord-Australië. De Britse vloot werd uit Ceylon verdreven.
De geallieerde weerstand begon langzaam toe te nemen. De Doolittle Raid in april 1942 was een symbolische maar voor het moreel belangrijke luchtaanval op Japan. Hoewel de slag in de Koraalzee tactisch gezien een Amerikaanse nederlaag was, voorkwam ze toch een invasie bij Port Moresby. De cruciale slag bij Midway volgde in juni 1942: hoewel de aanwezige strijdkrachten elkaar hier op gelijke voet ontmoetten, leed de Japanse marine hier een nederlaag waarvan ze niet herstelde. Midway was het keerpunt in de marineoorlog in het 'Pacific theatre'.
Op het land vertraagde de terugtocht van de Brits/Indiase strijdkrachten in Burma. Australische eenheden in Nieuw-Guinea verdedigden met succes Port Morseby langs de Kokada Track en in augustus 1942 leed het Japanse leger zijn eerste echte nederlaag in de slag om de baai van Milne. Terzelfder tijd probeerden zowel Amerikaanse als Japanse soldaten het eiland Guadalcanal te bezetten. In deze zes maanden durende uitputtingsslag behaalden de Verenigde Staten uiteindelijk de overwinning. Hierna werd Japan definitief in het defensief gedrongen. De constante noodzaak om versterkingen naar Guadalcanal te zenden verzwakte de Japanse inspanningen op andere plaatsen. Dit leidde tot de herovering van Buna/Gona door Australische en Amerikaanse strijdkrachten in 1943 en bereidde de weg voor zowel MacArthur's over land gebaseerde route door Nieuw-Guinea en Nimitz's 'island hopping' campagne over de Stille Oceaan.
Zwaar bevochten zijn o.a. de eilanden Tarawa, Iwo Jima en Okinawa in 1944; deze landingen kostten veel soldaten aan beide zijden het leven, maar brachten de oorlog wel dichter richting Japan. Door het verlies van hun ervaren piloten koos men in Japan voor de tactiek van de kamikazepiloten om de opmars van de V.S. te vertragen. Op 8 augustus 1945 besloot Japans oude vijand Rusland om ook in dit conflict aan de geallieerde zijde mee te strijden. Het rukte snel op in het door Japan bezette Mantsjoerije. De Japanse grote steden als Tokio leden ondertussen zwaar onder de Amerikaanse bombardementen. Japan gaf zich over nadat de steden Hiroshima en Nagasaki verwoest werden door de atoombom. De overgave werd getekend op 2 september 1945 op het slagschip Missouri. In de hierop volgende periode vestigde generaal MacArthur bases in Japan om de naoorlogse ontwikkeling van Japan te sturen en te controleren. Deze periode in de Japanse geschiedenis staat bekend als de bezetting. President Harry Truman verklaarde officieel op 31 december 1946 dat de vijandelijkheden geëindigd waren.
Het Anti-Kominternpact (de As-landen en Japan) was rond 1942 uitgegroeid tot een wereldrijk. De Duitse troepen beheersten Europa, de Japanners waren opgerukt tot diep in China en tot op de randen van Australië en India. Dit leverde een enorm te bezetten gebied op, dat echter op een zeer heterogene wijze behandeld werd.
In de Aslanden zelf (Japan, Duitsland, Italië) en in dat van hun bondgenoten werd de bevolking zoveel mogelijk in het ongewisse gelaten. Overwinning volgde op overwinning, soldaten kwamen zegevierend thuis, en door de uitbuiting van de bezette gebieden groeide de economie. Al spoedig kwamen echter de ware voorboden van de oorlog. De Britten bombardeerden na de eerste bom op Londen direct Berlijn. De marinehaven Taranto werd ook door de Britten gebombardeerd. Op 18 april 1942 verschenen de bommenwerpers van Doolittle boven Tokio. Spoedig verschenen duizenden Superforten boven de Duitse en Japanse steden, die hun bommen lieten neerregende. De propaganda veranderde nu: in plaats van de overwinningsbelofte werd de bevolking aangespoord alle krachten aan te wenden om de binnenvallende vijand terug te werpen. De Japanse en Duitse bevolking zetten hun schouders eronder, maar de Italianen keerden zich uiteindelijk tegen Mussolini.
De bezette gebieden werden op verschillende manieren behandeld. Sommige, zoals Elzas-Lotharingen en Polen, werden bij Duitsland gevoegd, en als binnenlandse gebieden behandeld. Soms mochten lokale marionetten de landen besturen. Zo werd Vichy-Frankrijk bestuurd door Pétain en Laval, Kroatië door Ante Pavelič, en Mandsjoekwo door Pu Yi. Dergelijke staten waren in naam onafhankelijk, maar steunden slechts op de macht van de Duitse en Japanse wapens. Andere gebieden werden door een militair (Noord-Frankrijk, bezet China, België), of een militair-burgerlijk bestuur geregeerd (Nederland). Ook hier kwamen collaborateurs voor en marionettenregeringen, maar die kregen geen echte bevoegdheden. Mussert, Leon Degrelle en Staf De Clercq zijn hier goede voorbeelden van, evenals in Noorwegen Vidkun Quisling: quisling zou verrader betekenen in meerdere talen. De Japanners gaven lokale leiders en bevrijdingsbewegingen, zoals Soekarno, de illusie dat ze onafhankelijkheid konden krijgen (Azië voor de Aziaten), en moedigden lynchpartijen tegen Nederlanders en andere geallieerde staatsburgers aan. Ook etnisch-Chinezen, de 'Joden van Zuidoost-Azië' moesten het ontgelden. Zij werden allen onder hoongelach van de bevolking mishandeld en opgesloten in kampen. De weinige echte Joden werden echter beschermd, ondanks dat de Duitse attaché ook om hun internering of uitlevering vroeg. Indonesië kreeg uiteindelijk de onafhankelijkheid, maar dit werd verleend op een moment dat de Japanners zeker wisten dat ze de oorlog verloren hadden.
De nazi's hadden besloten heel Europa 'judenrein' te maken. In sommige landen zoals Italië, Denemarken en Bulgarije, mislukte dit door tegenwerking van de lokale bevolking en autoriteiten. In andere landen, zoals Nederland en Servië, werd het grootste deel van de Joodse bevolking uitgeroeid. In Kroatië en de Baltische staten deed de bevolking zelfs mee aan de pogroms en jodenvervolging.
Duitsland liet meestal de bestaande politieke en economische structuur in een bezette staat zoveel mogelijk intact, tenzij deze staat bewoond werd door 'Untermenschen' (Slavische volkeren). Deze laatste staten waren namelijk 'Lebensraum', en het feit dat de plundering van de economische hulpbronnen en eerste levensbehoeften tot armoede en hongersnood leidde interesseerde de bezetters niet. Sterker nog, dan zou een deel van de Untermenschen alvast uitgeroeid worden en hoefde dit niet later alsnog te gebeuren. De andere categorie landen, zoals Nederland, werden zoveel mogelijk intact gehouden. De politieke top werd wel vervangen of dienstbaar gemaakt, maar voor de rest verkoos men de 'zijden handschoenen' aanpak. De economiën van deze landen werd wel dienstbaar gemaakt aan Duitsland, maar deze werden aanvankelijk niet of zo min mogelijk uitgebuit, en groeide zelfs door de vele orders uit Duitsland. Dit verklaart de passieve houding van veel burgers in westerse landen, in tegenstelling tot de talrijke verzetsbewegingen in het oosten.
Japan wilde allereerst zelf alle touwtjes in handen hebben. De overheid, zaibatsu en de Centrale Bank van Japan trachtten zoveel mogelijk van de economische hulpbronnen in de bezette gebieden in te pikken. Centralisatie vond zo veel mogelijk plaats. Dit bleek echter niet efficiënt, en werkte vertragend. Men trachtte één munt in te voeren: de Japanse yen. Dit initiatief kwam echter nauwelijks van de grond. Dit zorgde dat de economiën van de nieuwe gebieden een zuigkracht ontwikkelden waar de Japanse economie eerder nadeel dan voordeel van dreigde te ondervinden. Pas later in de oorlog trachtte men een systeem op te zetten naar het voorbeeld van Duitsland.
Na de geallieerde overwinning in Noord-Afrika voerden de geallieerden op 10 juli 1943 een landing op Sicilië uit. Van hieruit werd op 3 september de Straat van Messina overgestoken naar Italië. Mussolini werd op 25 juli 1943 afgezet door de Grote Fascistische Raad en in opdracht van koning Victor Emanuel III gearresteerd. Zijn vervanger, generaal Pietro Badoglio sloot met de geallieerden op september] 1943 een wapenstilstand. Mussolini werd echter enkele maanden later door de Duitsers bevrijd en benoemd tot het staatshoofd van de Sociale Republiek te Salo in het noorden van Italië.
In deze rol werd hij door partizanen opgepakt en vermoord op 28 april 1945. In Zuid-Italië hadden de Duitsers de Gustav-linie gebouwd. De geallieerde strijdkrachten vielen deze linie van twee kanten aan, vanuit het zuiden in de Slag om Monte Cassino en vanuit het noorden door de Landing bij Anzio. Op 4 juni 1944 werd Rome bevrijd, twee dagen voor de Landing in Normandië.
Het Duitse militaire apparaat had in de rampzalige Russische campagne zijn krachten opgebruikt. De geallieerden openden een derde front op 6 juni 1944 met een succesvolle invasie in Normandië (D-Day). Voortdurende geallieerde bombardementen op de Duitse infrastructuur en steden veroorzaakten grote schade en veel slachtoffers. Hitler ontsnapte aan een aantal aanslagen, waarvan de ernstigste op 20 juli door Claus von Stauffenberg e.a. plaats vond - zie 20 juli/aanslag.
In Operation Market Garden probeerden de geallieerden de bruggen over de grote rivieren in handen te krijgen. Het doel was om door te stoten naar het Ruhrgebied en de rest van Duitsland. Het falen van de luchtlanding bij Arnhem betekende dat de belangrijke brug over de Rijn niet in geallieerde handen kwam. Voor Nederland boven de grote rivieren veroorzaakte deze vertraging van de bevrijding een hongerwinter.
Op 25 april 1945 bereikten Amerikaanse en Russische troepen elkaar bij de rivier de Elbe. Duitsland werd hierop in vier gallieerde bezettingszones verdeeld.
Terwijl de Sovjets om Berlijn vochten, pleegde Hitler zelfmoord in zijn bunker met zijn vrouw (ze zijn in de laatste uren voor hun dood getrouwd) Eva Braun. Hij benoemde admiraal Karl Dönitz tot zijn opvolger. Duitsland werd door de geallieerden in vier delen verdeeld: één onder Sovjet-contrôle (het latere Oost-Duitsland) en drie andere delen onder de gezamenlijke contrôle van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De uiteindelijk overgave werd op 7 mei 1945 door generaal Alfred Jodl getekend.
Aan het eind van de oorlog ontdekten geallieerde soldaten een aantal concentratiekampen die door de Nazi's gebruikt waren om een geschatte 12 miljoen mensen gevangen te houden en te vermoorden. De grootste groep, ongeveer de helft, bestond uit Joden; de andere helft werd gevormd door zigeuners, Slavische inwoners, Katholieken, homoseksuelen, Jehovah's Getuigen en diverse andere minderheden. Het bekendste van deze kampen zou Auschwitz worden, waar circa twee miljoen mensen werden vermoord. Hoewel veel geallieerde soldaten tijdens de oorlog niet op de hoogte waren van de door de nazi's gepleegde volkerenmoord of "Holocaust", is het een onvervreemdbaar onderdeel van de Tweede Wereldoorlog geworden.
Waarschijnlijk lering trekkende uit de Eerste Wereldoorlog eisten de overwinnaars geen compensatie van de verslagen naties. Integendeel, in het kader van het economisch herstelprogramma van minister van buitenlandse zaken van de V.S. George Marshall, beter bekend als het Marshallplan, riep hij het Amerikaans Congres op om miljarden dollars ter beschikking te stellen voor de wederopbouw van Europa. Het deel van Europa dat door de Sovjet-Unie bezet was, viel hier buiten.
In België zorgde de oorlog voor politieke spanningen door de discussies over de rol van de koning in de oorlog (zie koningskwestie) en de Vlaamse Beweging en Rex in de collaboratie en de repressie en epuratie daaropvolgend.
In deze zelfde periode consolideerden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hun posities en banden in Europa als voorbereiding tegen mogelijke agressie.
Zoals reeds opgemerkt is, bracht de Sovjet-Unie de zwaarste offers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze oorlogsslachtoffers kunnen veel van Ruslands gedrag na de oorlog verklaren. De Sovjet-Unie ging voort met de bezetting en overheersing van Oost-Europa als bufferzone tegen invasies van Rusland uit het westen. Rusland heeft drie invasies gekend in de 150 jaar voorafgaand aan de Koude Oorlog: gedurende de Napoleontische oorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Hierin verloren tientallen miljoenen het leven.
Na de oorlog werden veel Nazi's met hoge functies vervolgd voor oorlogsmisdaden en voor de massamoord (de Holocaust) tijdens de Processen van Neurenberg.
Zie ook:
Zie:
Zie ook overzicht strategische bombardementen voor het effect van de bombardementen.
| Premier Neville Chamberlain van het Verenigd Koninkrijk verklaart de oorlog aan Duitsland (info) | |
| Speech van 3 september 1939 |
| Zie ook |
|---|
|
Tweede Wereldoorlog | Nederland in WO2 | België in WO2 | Nazi-Duitsland |
Pagina geladen in 0.550 seconden.
Terug naar boven | Sitemap bekijken | Hulp
Copyright:
Wikipedia informatie over Tweede Wereldoorlog –
De rechten van dit artikel vallen onder de
GNU Vrije Documentatie Licentie.
Het gebruikt materiaal uit
Wikipedia artikel "Tweede Wereldoorlog". Meer over Wikipedia
Arts & Crafts | Australia Travel | Autos | Books | Business | Career & Jobs | Cars | Computer/Tech | Education | Entertainment | Family & Relationships | Finance | Food | Health | Home & Garden | Hotel Bookings | India | Internet | Law | Malaysia | Medical | Money | Pets | Real Estate | Self Help | Sports | Travel | Women